| Sluit dit venster |
Infrarood beelden (IR-beelden)
Op infrarood beelden - die 24 uur per dag beschikbaar zijn - is
vooral hoge(koude) bewolking goed zichtbaar. Lage bewolking,
zeker als die een temperatuur heeft die dichtbij de temperatuur
ligt van het onderliggende aard- of zeeoppervlak, komt op IR-beelden
veel minder goed tot uiting. Hoe hoger in de atmosfeer de top van de
bewolking zich bevindt, hoe kouder die is en hoe beter die bewolking
in het IR-beeld zichtbaar is. Dat betekent o.a. dat dunne sluierbewolking
waar de zon doorheen schijnt op een IR-beeld de indruk kan wekken van een
dik, massief wolkendek.
De beelden zeggen niets over de wolkenbasis of over
eventuele neerslag die uit de bewolking valt. Informatie daarover moet
verkregen worden uit andere bronnen, zoals waarnemingen aan het aardoppervlak
of radar.
Animaties
Gebieden die met sneeuw of ijs zijn bedekt hebben soms dezelfde
lage temperatuur als (toppen van) bewolking. Op een enkel satellietbeeld
zijn deze gebieden dan ook niet of heel moeilijk te onderscheiden. Door
meerdere beelden snel achter elkaar te vertonen ontstaat een animatie. Met
behulp van zo'n animatie is het veelal wel mogelijk dat onderscheid te maken,
omdat bewolking in de opeenvolgende beelden beweegt terwijl de met ijs of
sneeuw bedekte ondergrond niet van plaats verandert.
Let op: De camera in de geostationaire satelliet scant West-Europa onder een hoek van 52 graden. Vervolgens wordt het beeld zodanig bewerkt dat het lijkt alsof de opname recht van boven is gemaakt. Dat heeft tot gevolg dat in het satellietbeeld boven onze omgeving de positie van de bewolking iets verschoven is ten opzichte van de werkelijke positie.