Figuur 1: een station van een weeramateur (bron: Zafer de Boer)
Weeramateurs beheren als hobby bij hun woning een eigen weerstation. Vaak is dit ergens in de tuin, of op het dak van een huis (Figuur 1). Via de website www.hetweeractueel.nl waren metingen van meer dan 200 weeramateurstations beschikbaar. Hieruit zijn 20 representatieve stations geselecteerd, op basis van foto’s en een uitgebreide vragenlijst die alle deelnemers hebben ingevuld.

De gebruikte weeramateurstations bevonden zich in uiteenlopend gebied; sommige op het platteland, sommige in dorpen, en een ander deel in de stad. In het onderzoek is het UHI gedefinieerd als het temperatuurverschil met het dichtstbijzijnde KNMI-weerstation in landelijk gebied. Figuur 2 toont het verband tussen het UHI gemiddeld over de zomer van 2010, en de bevolkingsdichtheid in de buurt waarin de weeramateurstations staan opgesteld (afkomstig van het CBS). De bevolkingsdichtheid liep uiteen van bijna 0 tot ongeveer 10.000 personen per vierkante kilometer. Door middel van statistiek is af te leiden dat het UHI stijgt met ongeveer 0,11°C per toename van 1.000 personen per vierkante kilometer. Hiermee is voor elke buurt in Nederland aan de hand van de bevolkingsdichtheid een eerste schatting te doen van het UHI in de zomer.

Figuur 2: Zomergemiddeld UHI (2010) versus bevolkingsdichtheid voor 17 weeramateurstations (kruisjes), met lineaire regressielijn.
Figuur 2: Zomergemiddeld UHI (2010) versus bevolkingsdichtheid voor 17  weeramateurstations (kruisjes), met lineaire regressielijn.

Het UHI is niet alleen afhankelijk van de mate van verstedelijking, maar ook van allerlei andere factoren. Figuur 3 toont hoe het gemiddelde UHI in de zomer van 2010 varieerde in relatie met de tijd van de dag, de windsnelheid, de wolkenbedekking en de luchtdruk op zeeniveau. Hierbij is gekeken naar 6 stations in stedelijk gebied met een bevolkingsdichtheid van meer dan 4.000 personen per vierkante kilometer. Het effect is bij alle stations ’s nachts het sterkst, namelijk 1-1,5°C gemiddeld. ’s Ochtends neemt het UHI snel af tot ongeveer 0°C, om in de loop van de dag weer toe te nemen. Verder is het UHI gemiddeld het sterkst bij weinig wind, weinig wolken en bij een hoge luchtdruk. Dit duidt erop dat het UHI in de zomer het sterkst is bij rustig en helder weer. Vooral ’s nachts kan het dan in steden een stuk warmer zijn. Gemiddeld over de zomer was het UHI 0,9°C; wanneer we enkel de nachten beschouwen tijdens een relatief warm gedeelte van de zomer, stijgt dit tot 1,4 °C, en er zijn uitschieters gemeten tot boven 5°C.

Figuur 3: Zomergemiddeld UHI (2010) als functie van de tijd van de dag (lokale tijd), de windsnelheid, de wolkenbedekkingsgraad en de luchtdruk, op 6 weeramateurstations in stedelijk gebied.
Figuur 3: Zomergemiddeld UHI (2010) als functie van de tijd van de dag (lokale tijd), de windsnelheid, de wolkenbedekkingsgraad en de luchtdruk, op 6 weeramateurstations in stedelijk gebied.

Figuur 4 toont het verloop van het gemiddeld UHI door het jaar heen. Hieruit blijkt dat het UHI tijdens de zomer het sterkst is. ’s Winters is er gemiddeld gesproken zelfs helemaal geen sprake van een UHI.
Figuur 4: Gemiddeld nachtelijk UHI in de verschillende maanden van het jaar 2010.
Figuur 4: Gemiddeld nachtelijk UHI in de verschillende maanden van het jaar 2010.



Conclusies en discussie
Dit onderzoek geeft een eerste schatting van de sterkte van het UHI in Nederlandse steden. Met behulp van professionele meetapparatuur zijn waarschijnlijk nauwkeuriger resultaten te verkrijgen. Ook bevinden de onderzochte stedelijke weeramateurs zich allemaal in woonwijken. In stadscentra, waar de bebouwing meestal nog dichter is, verwachten we een sterker UHI. Bij toekomstig onderzoek zou daarom in verschillende delen van steden moeten worden gemeten.

Ondertussen lopen er ook andere onderzoeken naar het UHI in Nederlandse steden. Zo hebben onderzoekers van de Wageningen Universiteit metingen verricht met bakfietsen ingericht met weerstations. Ook hebben zij in Rotterdam inmiddels enkele professionele weerstations geplaatst. TNO heeft gekeken naar infraroodsatellietbeelden, van de temperatuur van het oppervlak in Rotterdam. Op het KNMI werkt men momenteel aan de beschrijving van het weer in de stad in gedetailleerde weermodellen, en aan een schatting van het UHI aan de hand van ruimtelijke informatie over landgebruik en de hoogte van gebouwen.

Nieuwsbrief
Via http://www.knmi.nl/mailinglists/kenniscentrum/mailinglist_aanmelden.html kunt u zich kosteloos abonneren op het kenniscentrum. Eens per maand ontvangt u een e-mail met een overzicht van de artikelen die de afgelopen maand op het Kenniscentrum zijn verschenen