Weeramateurs beheren als hobby bij hun woning een eigen weerstation, in de tuin of op het dak (foto: Zafer de Boer)
Over de invloed van het UHI in Nederlandse steden was tot voor kort nog maar weinig bekend, vooral door gebrek aan metingen.

Daarom heeft het KNMI metingen van hobbyïsten (weeramateurs) gebruikt voor een onderzoek naar het UHI.

In de metingen van de weeramateurs was het temperatuurverschil tussen de stad en het platteland duidelijk te zien. Er bleek een sterk verband te bestaan tussen de temperatuur in de zomer en de bevolkingsdichtheid van de buurt waarin gemeten werd. Hoe hoger de bevolkingsdichtheid, hoe hoger de temperatuur.

Verder bleek het UHI sterk af te hangen van het weer. Bij windstil en helder weer is het UHI het sterkst.
Gemiddeld nachtelijk urban heat island (UHI) in de verschillende maanden van het jaar 2010. ’s Winters is er gemiddeld gesproken zelfs helemaal geen sprake van een UHI (Bron: KNMI).
Gemiddeld nachtelijk urban heat island (UHI) in de verschillende maanden van het jaar 2010. ’s Winters is er gemiddeld gesproken zelfs helemaal geen sprake van een UHI (Bron: KNMI).

Het UHI is ‘s nachts sterker dan overdag, en is ‘s zomers veel sterker dan ‘s winters. Gemiddeld over de zomer van 2010 was het op de weerstations in stedelijk gebied ongeveer 1 graad warmer dan buiten de stad.

Tijdens de nachten gedurende een warme periode steeg dit tot gemiddeld 1,4 graden,en er zijn uitschieters gemeten tot boven 5 gaden.

Artikel en rapport in kenniscentrum:
http://www.knmi.nl/cms/content/101978/