Nader Verklaard
Satelliet getoetst met grondmetingen
19 april 2013 -
Instrumenten aan boord van satellieten kunnen wereldwijd metingen doen, maar de kwaliteit van de metingen moet goed in de gaten worden gehouden. Instrumenten die in de ruimte hun werk doen verouderen en kunnen niet opnieuw of alleen indirect worden afgeregeld.
Wekelijks wordt bij het KNMI in De Bilt een speciale weerballon opgelaten met een ozonsonde om de hoeveelheid ozon in de atmosfeer te meten (foto: KNMI)
Daarom zijn metingen aan de grond en lange meetreeksen van het grootste belang om de kwaliteit van satellietmetingen op peil te houden. Zowel in De Bilt als op het terrein bij de 213 meter hoge meetmast in Cabauw bij Lopik verricht het KNMI metingen waarmee de kwaliteit van satellietgegevens kan worden getoetst. De meetmast Cabauw is onderdeel van een omvangrijk internationaal netwerk van stations.
Zo worden vanaf de grond onder meer metingen verricht van de hoeveelheid stikstofdioxide (NO2). Het automatische instrument dat daarvoor wordt gebruikt kijkt onder verschillende hoeken naar de hemel. Het meet door de atmosfeer verstrooid zonlicht. De precieze hoeveelheid stikstofdioxide wordt afgeleid uit de opname van licht door dit gas.
In De Bilt vinden ook dagelijks ozonmetingen plaats vanaf de bodem. Daarnaast wordt wekelijks een speciale weerballon opgelaten uitgerust met een extra sensor die ozon in de lucht kan meten. Inmiddels is ook een sensor ontwikkeld die met de weerballon kan worden meegestuurd om de hoeveelheid stikstofoxide te meten. Dankzij dit meetinstrument kan worden gemeten hoe de hoeveelheid stikstofoxide verandert met de hoogte. Stikstofoxide is een gas dat een belangrijke rol speelt bij luchtverontreiniging.
De meetgegevens die op deze manier worden verkregen zijn niet alleen van belang voor het beter begrijpen en testen van satellietmetingen maar ook voor het maken en toetsen van verwachtingen van de luchtkwaliteit. De satellietgegevens worden verwerkt in rekenmodellen op basis waarvan verwachtingen van de luchtkwaliteit worden gemaakt.
Fijnstofconcentratie in Beijing onder limietwaarde van 150 microgram/m3 gebleven door neerslag
Zo kan het KNMI bijvoorbeeld ook dagelijks de ontwikkeling van de luchtkwaliteit boven China op de voet volgen aan de hand van metingen van stikstofdioxide vanuit de ruimte. De satellietmetingen met het Ozone Monitoring Instrument (OMI) worden gebruikt om de sterkte te bepalen van de bronnen die de vervuiling veroorzaken. Bovendien wordt met behulp van meteorologische en chemische modellen een luchtkwaliteitverwachting voor de komende dagen uitgerekend.
Eerste uitgave:
13-04-12
Laatste wijziging:
19-04-13