Nader Verklaard
Veel gestelde vragen over aardbevingen
23 mei 2012 -
1. Komen in Nederland ook aardbevingen voor?
Jaarlijks komen er in het zuidoosten van ons land (Limburg)
aardbevingen voor met een sterkte van 2 tot 3 op de schaal van Richter.
Soms ook sterkere - bijvoorbeeld die bij Roermond op 13 april 1992 met
een sterkte van 5,8 - waarbij voor tientallen miljoenen guldens schade
werd aangericht. In Groningen en Drenthe komen sinds 1986 lichte
aardbevingen voor als gevolg van het onttrekken van aardgas uit de
ondergrond.
2. Zijn aardbevingen te voorspellen? En naschokken?
Betrouwbare voorspellingen zijn nog niet mogelijk. De seismologen
weten steeds beter waar aardbevingen voorkomen, maar de sterkte en de
dag waarop een aardbeving zal plaatsvinden, is misschien wel nooit te
voorspellen. Wel wordt er veel onderzoek op dit gebied gedaan, vooral in
Californië, Japan en China. Na een grote aardbeving komen er heel vaak
naschokken voor. Maar ook daarvan is niet te bepalen hoe laat ze zullen
gebeuren en hoe groot ze zullen zijn.
3. Is het op mijn reisbestemming wel veilig?
Statistisch gezien is de kans op een nieuwe aardbeving niet kleiner
of groter dan een week eerder. Bij zware aardbevingen kunnen er
naschokken voorkomen.
Het KNMI geeft geen reisadvies, omdat van te voren niet in te schatten
is of er nog een aardbeving komt, of naschokken. Voor meer informatie
over reisadviezen kunt u terecht op de website van het Ministerie van Buitenlandse Zaken.
4. Wat moet je doen bij een aardbeving?
In Nederland moet je binnen blijven, want hier zullen de gebouwen
niet snel instorten. Buiten loop je meer gevaar door vallende dakpannen,
stukken glas of schoorstenen. In gebieden waar grotere aardbevingen
voorkomen of bouwvoorschriften minder worden nageleefd, is het beter om
buiten een open plek op te zoeken.
5. Kan het KNMI trillingen komen meten?
Het KNMI plaatst geen meetapparatuur om trillingsoverlast te meten. U
kunt daarvoor een gespecialiseerd ingenieursbureau inschakelen. Normen
voor trillingen die door verkeer worden veroorzaakt kunt u opvragen bij Stichting Bouw Research.
6. Heeft een seismoloog in Nederland wel werk?
Ja, want ook in Nederland komen aardbevingen voor. De seismoloog
bepaalt de plaats, het tijdstip en de sterkte van bevingen in Nederland
en directe omgeving. Na een aardbeving is ook het geven van informatie
aan publiek en pers een taak van de seismoloog van het KNMI. Met de
gegevens van alle aardbevingen van de afgelopen jaren onderzoekt de
seismoloog hoe de ondergrond van Nederland eruit ziet en beweegt en en
kan hij/zij advies geven over risico's van aardbevingen.
7. Kan de stand van de planeten aardbevingen veroorzaken?
Een relatie tussen de stand van de planeten en aardbevingen is nooit duidelijk aangetoond.
8. Komen aardbevingen ook op de maan voor?
Ja, door op de maan geplaatste seismometers zijn 'maanbevingen' geregistreerd. Deze zijn het gevolg van bijvoorbeeld meteorietinslagen, tektonische bewegingen en maangetijden.
Tussen 1969 en 1972 zijn er tijdens het Apollo ruimtevaartproject seismometers geplaatst op de maan. Deze vier seismometers hebben tot eind 1977 metingen verricht.
De maan heeft net zoals de aarde continu 'last' van bevingen en
trillingen al zijn ze minder sterk dan op de aarde. De meeste
maanbevingen vinden plaats op een diepte tussen de 700 en 1200
kilometer, maar af en toe zijn ze ondieper, tussen de 20 en 30 km.
9. Hebben aardbevingen iets met vulkanen te maken?
Aardbevingen en vulkaanuitbarstingen zijn twee verschillende
natuurverschijnselen, die allebei veroorzaakt worden door
platentektoniek. Wel kunnen vulkaanuitbarstingen lichte aardschokken
veroorzaken. Het KNMI doet geen onderzoek naar vulkanisme. Wel
onderzoekt het KNMI de invloed van vulkaanuitbarstingen op klimaat:.
Ook op het gebied van aardmagnetisme
wordt geen onderzoek meer gedaan door het KNMI. De registratie van
aardmagnetische gegevens is in ons land eind jaren tachtig van de
twintigste eeuw stopgezet. Aardmagnetische metingen worden tegenwoordig
nog verricht door het Koninklijk Meteorologisch Instituut KMI in België.
Eerste uitgave:
23-05-12
Laatste wijziging:
23-05-12