Zowel juni als juli hebben een flinke bijdrage geleverd aan de warmte met 17,8 en 18,8 graden. Dat is achtereenvolgens 2,6 en 1,4 graden warmer dan het langjarig gemiddelde Op veel plaatsen werd het op 4 dagen 30 graden of warmer, voor De Bilt het dubbele aantal van normaal. Vooral 16 juli was warm met in het Arcen (L) 35,8 graden. Een hittegolf zat er echter nog niet in omdat de warme periodes werden onderbroken. Het KNMI noteerde 14 zomerse dagen met 25 graden of meer en 27 warme dagen met 20 graden of meer. Een gewone juli levert er veel minder op: 7 zomerse en 20 warme dagen.De zon scheen vaak maar niet uitzonderlijk veel. Gemiddeld over het land 239 zonuren tegen 217 normaal. Vooral in de zeer warme periode rond het midden van de maand scheen de zon veel, zo'n 10 tot 15 uur per dag. Het noordwesten kreeg met ongeveer 260 uren de meeste zon, terwijl het zuidoosten circa 210 uren zon kreeg. De neerslag is moeilijk te beschrijven omdat de hoeveelheden grillig over het land en in de tijd waren verdeeld. Lange droge periodes werden afgewisseld met flinke buien die soms veel opleverden. Vooral De Bilt kreeg weinig, slechts 30 mm, terwijl Marknesse 101 mm aftapte. Gemiddeld over het land was het met 57 mm tegen 70 mm een droge maand.

Zuid-Europa ondervond nog veel meer hinder dan droogte en hitte. Verschillende plaatsen in Spanje, Frankrijk en Italië noteerden gedurende enkele weken temperaturen van meer dan 35 graden en soms boven de 40 graden. Ook het noorden van Europa profiteert van een mooie zomer maar met aangenamere temperaturen. Toch is het ook hier uitzonderlijk warm met herhaaldelijk meer dan 25 graden in Finmark in het uiterste noorden van het Europese vasteland. Op de luchthaven Vaeger op de westelijkste van de Faröer eilanden tussen IJsland en Schotland werd op 17 juli 26,3 graden gemeten, een nieuw record voor dit deel van de wereld.