Op basis van de ingevulde enquêteformulieren op de KNMI website is een goede indruk te krijgen van de mate waarin de beving gevoeld is. Een hogere intensiteit betekent dat de beving sterker gevoeld is. Het instrumenteel bepaalde epicentrum is aangegeven met een gele ster. Steden zijn aangegeven in grijs (Bron: KNMI).
Deze verschuift naar Huizinge ca 2 km ten westen van Westeremden. De sterkte van de beving blijft M=3,4 en de diepte op 3 km.

De aardbevingen die op 15 en 16 augustus in het noordoosten van Groningen plaatsvonden hadden een sterkte van achtereenvolgens 2,4 en 3,4 op de schaal van Richter. De bevingen vonden in de avond plaats bij Leermens en Huizinge. Beide bevingen zijn veroorzaakt door gaswinning.

De beving op woensdag 15 augustus bij Leermens vond plaats om 21:17 uur (NL-tijd), op een diepte van 3 km. Deze beving is goed gevoeld. Het KNMI heeft naar aanleiding van deze beving via de website circa 50 meldingen binnengekregen.

De beving op donderdag 16 augustus vond plaats om 22:31 uur (NL-tijd), ook op een diepte van 3 km, bij Huizinge (Gemeente Loppersum). Deze beving is in een veel groter gebied gevoeld. Het KNMI heeft naar aanleiding van deze beving 1350 meldingen ontvangen via de website. Met behulp van deze meldingen maken de seismologen van het KNMI een intensiteitenkaart, waarop te zien is hoe sterk en op welke manier de aardbeving gevoeld is in de regio.

Een kaart met de locatie van de aardbevingen is te vinden op de webpagina: http://www.knmi.nl/seismologie/aardbevingen-nederland.html

Als u een melding wilt maken van een van de aardbevingen, kunt u het enqueteformulier invullen.

Bepaling sterkte bevingen
Bij de bepaling van de sterkte van een aardbeving wordt gebruik gemaakt van een correctie voor de afstand tussen de beving en de waarneemstations. Deze correctie is door het KNMI voor het noorden van Nederland bepaald en is gebaseerd op een uitvoerige analyse van het volledige meetnet in de regio.

De beving is ook door buitenlandse waarneemstations geregistreerd en komt voor in verschillende (automatische) bulletins (EMSC). Deze oplossingen gebruiken een algemene correctie, die geen onderscheid tussen regio’s kent en daardoor veel minder nauwkeurig zijn. In het EMSC bulletin wordt voor exacte gegevens verwezen naar het KNMI als nationaal referentie instituut voor deze beving.

Aantal aardbevingen per jaar
Het KNMI krijgt veel vragen over het aantal aardbevingen per jaar in Noord-Nederland en Groningen. Het aantal door het KNMI geregistreerde aardbevingen in Noord Nederland verschilt van jaar tot jaar. Vooral sinds 2002 is er een toename te zien in de totale hoeveelheid bevingen per jaar. Wat is de betekenis van deze toename?
Aantal aardbevingen per jaar in Noord-Nederland met een magnitude groter dan 1,5 (blauwe lijn) en 2,0 (rode lijn). (Bron: KNMI)
Aantal aardbevingen per jaar in Noord-Nederland met een magnitude groter dan 1,5 (blauwe lijn) en 2,0 (rode lijn). (Bron: KNMI)

Het seismisch meetnetwerk van het KNMI is zo ontworpen dat elke aardbeving met een sterkte (magnitude) van 1,5 en hoger gemeten kan worden. Dicht in de buurt van de meetlocaties kunnen ook nog kleinere schokken worden gemeten, maar kleinere schokken in de regio niet. Vandaar dat het van belang is om een minimale sterkte van M=1,5 te nemen bij het vergelijken van jaren en plaatsen. In de grafiek wordt dit aantal voor Noord-Nederland aangegeven met de blauwe lijn, die begint in 1995 toen het meetnetwerk operationeel werd. Bevingen vanaf een sterkte M=2,0 worden door mensen gevoeld. Dit aantal wordt gegeven door de rode lijn in de grafiek.

De blauwe lijn geeft nog een lichte stijging te zien, maar de rode lijn niet meer. Dat wil zeggen dat de stijging vooral aan kleine bevingen ligt. Een mogelijke verklaring voor de stijging in kleine bevingen is dat vanaf 2002 de meeste aardbevingen in het grote Groningen gasveld voorkomen en dat dit zeer grote gasveld langer nodig heeft om te reageren op drukveranderingen door de gaswinning. Tot 2002 zijn er relatief weinig kleinere aardbevingen in dit gasveld geweest en de laatste tien jaar is de hoeveelheid kleine aardbevingen (M<2.0) ten opzichte van de grotere bevingen meer normaal geworden.

De sterkte van aardbevingen wordt aangegeven op de schaal van Richter en deze schaal is logaritmisch. Dit betekent dat bij een aardbeving van magnitude 2 de uitwijking op het seismogram 10x zo groot is als van een aardbeving van magnitude 1. De energie die vrijkomt is zelfs 30x zo groot. Een toename van het aantal kleine aardbevingen in een jaar betekent daarom niet automatisch dat er in totaal ook meer energie / kracht is vrijgekomen door aardbevingen dat jaar.