Boven: NOx emissies in 2007 voor Chinese provincies en omliggende landen. Onder: de jaarlijkse groei van NOx emissies voor dezelfde gebieden.
Bij de nieuwe rekenmethode van KNMI-onderzoeker Bas Mijling wordt gebruik gemaakt van dagelijkse satellietmetingen van OMI en GOME-2 en meteorologische gegevens om de gemeten luchtvervuiling terug te rekenen naar de bron. Doordat de NO2-concentraties al sinds de jaren negentig wereldwijd door satellietinstrumenten worden gemeten, is hiermee de ontwikkeling van de emissiebronnen door de jaren heen goed te volgen.

Zo is te zien dat in West-Europa de concentratie van het vervuilende gas de afgelopen jaren is afgenomen door een gecombineerd effect van luchtkwaliteitmaatregelen en economische teruggang. In China daarentegen is de sterke economische groei duidelijk waarneembaar door de toegenomen NO2-concentraties in de atmosfeer.
Ook de vergaande maatregelen tijdens de Olympische Spelen in Beijing in 2008 om de luchtvervuiling tegen te gaan, zijn te herleiden met de rekenmethode. De berekeningen wijzen uit dat de emissies met 20 procent teruggebracht werden. In combinatie met de gunstige weersomstandigheden resulteerde dit in een afname van 40 procent in NO2-concentraties boven de stad. De schone lucht was echter van korte duur: anderhalf jaar later bereikte de luchtvervuiling boven Beijing nieuwe recordhoogten.

Stikstofdioxide is een gas dat voornamelijk vrijkomt bij verbrandingsprocessen zoals in automotoren en kolencentrales. Hoge concentraties NO2 vervuilen de lucht en spelen een belangrijke rol bij de vorming van ozon, dat eveneens schadelijk is voor de gezondheid. De hoogste concentraties worden gemeten in dichtbevolkte geïndustrialiseerde gebieden, zoals West- en Midden-Europa, het oosten van de VS en China. Met satellietmetingen wordt tevens de NO2-uitstoot van landbouw, bosbranden en scheepvaart zichtbaar gemaakt.

KNMI-onderzoeker Bas Mijling is met het proefschrift waarin deze rekenmethode wordt toegelicht, gepromoveerd aan de Technische Universiteit Eindhoven.