Alle gedelegeerden op het WMO-congres in Genève. (Bron foto: WMO)
De WMO – waarin Nederland door het KNMI als nationaal weer- en klimaatinstituut wordt vertegenwoordigd – wil het belang onderstrepen van kenniswerving bij het klimaatprobleem. Waarnemen, monitoren en onderzoeken zijn van grote betekenis bij het verminderen van de uitstoot van broeikasgassen (mitigatie) en het aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering (adaptatie). Een internationaal netwerk van klimaatdiensten moet op een laagdrempelige wijze beschikbare data en onderzoeksgegevens beschikbaar maken zodat landen adequate maatregels kunnen nemen.

Op tal van vlakken kan dit belangrijk zijn, zoals watermanagement, volksgezondheid, landbouw, voedsel- en watervoorziening. Met name kwetsbare landen die direct de gevolgen van klimaatverandering ondervinden, hebben baat bij vrij beschikbare en betrouwbare klimaatinformatie- en advies. Dit zal vooral voor de armste landen van de wereld gelden: zo’n 70 landen hebben geen enkele vorm van klimaatdiensten zoals klimaatmonitoring, onderzoek of klimaatscenario’s.

Tijdens het WMO-congres in Genève eind oktober zijn de voorbereidingen voor het opzetten van het GFCS uitgebreid besproken en de prioriteiten voor het realiseren van het netwerk bepaalt. Het KNMI staat positief tegenover het GFCS en zal als kennis- en meetinstituut een actieve rol spelen binnen het netwerk en data en kennis beschikbaar stellen.