Wind tijdens Mid-Holoceen (rood) en in controle-experiment (zwart). Voor Noord-Afrika en Azië (a en b) is het gemiddelde van juli-augustus-september genomen, voor Zuid-Amerika (c) het gemiddelde van januari-februari-maart (bron: KNMI)
In het kader van historisch klimaatonderzoek zijn modelberekeningen uitgevoerd met het klimaatmodel EC Earth om na te gaan hoe het klimaat reageert op een afwijkende baan van de aarde rond de zon. Aan de hand van dit experiment kan worden nagegaan hoe het klimaat er tijdens het Mid-Holoceen, ruim vóór de jaartelling dus, uitgezien moet hebben.

Dergelijk onderzoek is van groot belang om de natuurlijke variaties in het klimaat op de langere termijn en de mechanismes daarachter beter te leren kennen. Dat kan onzekerheden in voorspellingen van het klimaat verminderen. De klimaatmodellen die gebruikt worden voor experimenten van het klimaat in het Mid-Holoceen worden vaak ook gebruikt voor toekomstscenario’s. Studies van het paleoklimaat, het klimaat van het verre verleden, kunnen aanwijzingen opleveren waarmee de grootste onzekerheden in de modeluitkomsten kunnen worden opgespoord.

Vooral de moessons, met gedurende een bepaalde tijd van het jaar veel regen, spelen een belangrijke rol in het klimaat van de tropen. In de zomer, wanneer de zonnestraling het sterkst is, warmt land sneller op dan oceaan. Dat leidt tot verschillen in luchtdruk waardoor de wind van zee gaat waaien. De zeewind neemt veel vocht mee het land in waardoor het landinwaarts flink regent. Zo ontstaan de moessonregens.

Uit de modelberekeningen blijkt dat het noordelijk halfrond in het Mid-Holoceen in de zomer meer zon kreeg dan tegenwoordig. Daardoor waren de moessons in Noord-Afrika en Azië, met name ten zuiden van het Himalaya-gebergte, indertijd sterker met meer regen. Zowel uit geologische gegevens als uit nabootsingen van het klimaat met modelberekeningen blijkt dat zomermoessons meer regen opleveren wanneer de zonnestraling sterker is.

Het tegengestelde was het geval op het zuidelijk halfrond. Hier was de zonnestraling in de zomer indertijd minder wat in Zuid-Amerika leidde tot een zwakkere moesson. Ook dat wordt door zowel door de modelberekeningen als historische gegevens bevestigd.

Meer diepgang in KNMI Kenniscentrum
http://www.knmi.nl/cms/content/110491/moessons