Door de koude oostenwind en de aanhoudende vorst heeft zich eind maart 2013 op veel plaatsen ijs gevormd, een zeldzaamheid tegenwoordig zeker eind maart (foto: Jannes Wiersema)
Nog een stuk kouder was maart 1845, min 2,3 graden veruit de koudste voorjaarsmaand ooit. Op het Amsterdamse IJ was het ijs in 1845 zo dik dat op eerste Paasdag, 23 maart, de eieren op het ijs werden gegeten. Ook op 31 maart 1771 was dat gelukt en zover bekend zijn dat de enige twee Paasdagen met ijs op de Hollandse waterwegen. In Amsterdam kon men ook op 18 maart 1667 over het ijs op het IJ lopen en de Zuiderzee vroor volgens verschillende bronnen eind maart nog helemaal dicht.

Ook begin april 2013 ligt er ijs op de Nederlandse wateren, wat zeldzaam is zo laat in het seizoen. De uitzonderlijkheid van de kou in de staart van maart wordt bevestigd door de temperatuur. De laatste decade van de maand (21-31 maart) was met gemiddeld 0,3 graden de koudste sinds tenminste 1901.

Deze maand begon echter met warmer weer. Op 5 en 6 maart lagen de temperaturen tussen 15 en 18 graden. Eindhoven was op 6 maart de warmste plaats met 18,8 graden.

Daarna keerde de vorst terug en bleef het tot het einde van de maand zeer koud met bijna dagelijks lichte of matige vorst en soms ook sneeuw of ijzel. Door de krachtige tot soms stormachtige oostenwind was het vooral voor het gevoel bijzonder koud. Tussen 22 en 26 maart lagen de gevoelstemperaturen tussen min 10 en min 15 graden, waarden die eind maart zelden voorkomen. De laagste werkelijk gemeten temperatuur was -13,3 graden op 13 maart.

Het KNMI noteerde in De Bilt op 11 maart nog een ijsdag, heel uitzonderlijk zo laat in het seizoen. Op een ijsdag blijft de temperatuur gedurende het hele etmaal onder nul. De 11e en 12e maart waren op veel plaatsen ijsdagen met een maximumtemperatuur onder nul. Op 12 maart kwam de temperatuur in Maastricht niet hoger dan min 2,8 graden. Maastricht noteerde tussen 11 en 13 maart drie ijsdagen op rij, terwijl de maand ook hier gewoonlijk geen ijsdagen telt.
Zelfs begin april lag er nog een dikke laag ijs op riet en stenen die in de koude droge lucht niet smelt (foto: Jaob Kuiper)
Zelfs begin april lag er nog een dikke laag ijs op riet en stenen die in de koude droge lucht niet smelt (foto: Jaob Kuiper)

De Bilt noteerde 19 vorstdagen met een minimumtemperatuur onder nul tegen acht dagen normaal (gemiddeld over het tijdvak 1981-2010). Zo'n groot aantal vorstdagen heeft maart in zeker veertig jaar niet opgeleverd.

Gemiddeld over het land viel 33 mm neerslag tegen 68 mm normaal. Vrijwel alle neerslag viel in de eerste helft van de maand. Op 9 maart regende het in De Bilt 24 uur achtereen zonder onderbreking. Niet eerder, sinds het begin van deze metingen in 1930, heeft het zo langdurig geregend.

Een groot deel van de neerslag viel in de vorm van sneeuw. Op 11 en 12 maart viel in het zuiden van het land plaatselijk zo'n 10 tot 15 cm. De sterke wind zorgde voor een sneeuwjacht met overlast voor het verkeer. Ook op de Waddeneilanden vielen flinke sneeuwbuien die in de koude noordoostelijke stroming boven het relatief warme zeewater werden geactiveerd. Lokaal viel daar in korte tijd 12 cm sneeuw.

De zon scheen gemiddeld over het land 126 uur, gelijk aan het langjarig gemiddelde. In Den Helder scheen de zon 157 uur, terwijl Deelen met 106 uur de minst zonnige plaats was.