Afwijking gemiddelde temperatuur april 2007 in Europa
Vrijwel overal zijn records gevestigd. In De Bilt was april bijna 5 graden warmer dan het gemiddelde. In Zwitserland zijn afwijkingen vastgesteld van 10 graden boven het langjarig gemiddelde.

Duitsland en Oostenrijk meldden vergelijkbare warmte met in het Rijnland reeksen van 15 dagen zomerse dagen waarop meer dan 25 graden werd bereikt. Ook in België, Engeland, Denemarken, Noorwegen en Zweden was het warmer dan ooit. In België was Kleine Brogel op 15 en 16 april het warmste meetpunt van de Lage Landen met achtereenvolgens 30,0 en 30,7 graden, de eerste en recordvroege tropische dagen dus. Zelfs op IJsland werd meer dan 20 graden gemeten: Akureryri noteerde op 30 april 21,5 graden. In de meeste landen is het net als in Nederland al meer dan een jaar veel warmer dan normaal en was het afgelopen jaar veruit het warmste sinds het begin van de metingen. 

Ook de droogte was extreem. In Nederland, België en Duitsland viel op verschillende plaatsen de hele maand april geen druppel. In het Zwitserse Tessin en delen van Wallis was niet alleen april uitzonderlijk droog maar ook maart leverde geen noemenswaardige neerslag. Volgens Zwitserse klimatologen was het voorjaar van 1893 hier nog droger. Ook Italië kampt met droogte vooral omdat hier ook de winter uitzonderlijk droog is verlopen. Gewoonlijk is de winter het natte seizoen waarin de watervoorraden voor de doorgaans droge zomer worden opgebouwd. Het waterpeil van de Po is nog nooit zo laag geweest.

Nog uitzonderlijker was de vele zon, vooral in Oostenrijk. In Eisenstadt scheen de zon liefst 326 uur, bijna twee zo lang als normaal in deze maand. Op sommige Oostenrijkse weerstations, onder meer in Innsbruck was het aantal zonuren van april 2007 praktisch een record voor alle kalendermaanden. Zo’n twee maanden vóór de langste dag is dat heel bijzonder. Ook België en Nederland waren recordzonnig met veel meer zon dan ooit in april gemeten. Rotterdam was de zonnigste plaats met 290 zonuren tegen 162 normaal. 

Het standvastige zomer hing samen met een hogedrukgebied boven West-Europa dat niet van wijken wist. Lagedrukgebieden bleven ver ten zuiden van ons en veroorzaakten aanhoudend wisselvallig weer in Portugal, Spanje en op de Balearen. De weerkundigen konden hier weken achtereen weinig anders dan regen, onweer en wind aankondigen. Na vele droge jaren was de regen een welkome aanvulling van de watertekorten. Inmiddels zijn de rollen weer omgekeerd en profiteert het zuiden van Europa van zon en warmte.