Sinds mei telde het KNMI zeker 18 dagen met mooi weer. Vorig jaar hadden we tussen mei en september 34 mooie dagen, iets meer dan het normale aantal (foto: Jacob Kuiper, WPI/KNMI)
Er blijken meer mooie zomers voor te komen in de buurt van een zonnevlekkenminimum dan bij een maximum. Vooral de dalende tak van de 11-jarige cyclus levert mooie zomers op, terwijl in de stijgende tak mooie zomers zeldzaam zijn. Een verklaring kan de onderzoeker niet geven maar opmerkelijk is het wel.

Eerder keek Cor Schuurmans naar trends in het aantal dagen met mooi weer. Voor de klimatologie heeft het KNMI mooi weer gedefinieerd als een dag met veel zon (minstens 50% van de tijd dat ze kan schijnen), weinig of geen neerslag (in 24 uur hooguit 0,2 mm ) en een bovennormale temperatuur. De normale temperatuur wordt statistisch bepaald uit het etmaalgemiddelde over periodes van 10 dagen, het decadegemiddelde. De klimatologische grenzen veranderen met de tijd van het jaar: in april voldoet een dag dus bij een lagere temperatuur aan het criterium “warm” dan bijvoorbeeld in augustus”. Als norm wordt een marge aangehouden rond het gemiddelde. Voor internationaal gebruik worden mooi-weerdagen aangeduid als ADS-dagen. De “A” staat voor een temperatuur “Above normal” , de “D” voor “Dry” en de “S” voor “Sunny”.

Uit het onderzoek van Cor Schuurmans blijkt dat het aantal dagen met mooi weer (ADS-dagen) vooral dankzij de hogere temperaturen in ons land is toegenomen. In de periode 1881-1970 bedroeg het aantal mooi weerdagen in De Bilt gemiddeld 36 per jaar (waarvan de helft in de drie zomermaanden en dit aantal nam toe tot gemiddeld 43 dagen in de periode 1971-2006. In de afgelopen 20 jaar (1988-2007) bedroeg het aantal gemiddeld zelfs 50 dagen per jaar. Die winst is voornamelijk toe te schrijven aan de temperatuurstijging en niet aan het droger en zonniger worden van ons klimaat (vroeger waren droge en zonnige dagen gewoon koeler). Procentueel is sprake van een toename van 10 tot 14% per jaar, in de zomer is de gemiddelde frequentie zelfs toegenomen van 18 naar 22%. Zowel 2006 als 2007 telden 64 mooi-weerdagen. Aan top staat nog altijd het jaar 1947 met liefst 90 mooi weerdagen, waarvan 24 in augustus!

Beide artikelen op internet
De beide artikelen "Mooi weer?" en "Mooie Zomers" van Cor Schuurmans zijn te vinden in Meteorologica en staan als pdf op de website van de NVBM. Zie voor Meteorologica de website van de NVBM onder Externe links.

De doodstille zon in 2009
De meest nabije ster, de zon, is een uiterst stabiele lichtbron. Hij is in het geheel niet te vergelijken met de in helderheid veranderende sterren die we bij duizenden aan de hemel weten te vinden. De helderheid van de zon verandert echter wel. Ze neemt toe met de tijd, maar niet meer dan 0,15% per miljoen jaar. Dat is niet te meten. Toch is er wel degelijk van alles gaande. Op korte termijn, uren, maanden en jaren, zijn er wel veranderingen, weliswaar zeer gering in helderheid, maar opvallend in wat op de zon te zien is. Veel komt en gaat, alles in eigen tijd en ritme (Zie onder Externe links, Zenit juli/augustus 2009).