De scholieren verrichten metingen in het veld, voeren de gegevens in op internet, doen er onderzoek mee doen en wisselen de resultaten met elkaar uit. Het KNMI gaat van de gegevens gebruik maken voor validatie van satellietmetingen door ze te vergelijken met metingen aan de grond. Validatie is noodzakelijk om de nauwkeurigheid van de satellietmetingen te kunnen bepalen.
De komende tijd worden twee nieuwe meetinstrumenten de ruimte ingestuurd, Sciamachy, een ozonmeetinstrument aan boord van de ESA satelliet ENVISAT (lancering juni 2001) en het Ozone Monitoring Instrument (OMI) dat onderdeel gaat uitmaken van een nieuwe NASA-satelliet (lancering juni 2004). In beide instrumenten heeft Nederland een belangrijke rol. Het KNMI leidt zowel het internationale wetenschappelijk team van OMI als de internationale validatie van Sciamachy.

Nederlandse GLOBE leerlingen gaan in het kader daarvan een heel schooljaar systematisch metingen verrichten met een zonnefotometer. Met dit eenvoudige instrument wordt direct zonlicht gemeten van twee kleuren (golflengtes). Dit is een maat voor de dikte van de laag aërosolen (roet, stof en andere deeltjes in de atmosfeer). Aërosolen spelen een belangrijk rol in de wereldwijde klimaatverandering en kunnen aanleiding geven tot smogvorming. De leerlingen die de metingen verrichten onder leiding van hun docenten helpen daarmee niet alleen het KNMI aan nuttige gegevens ter vergelijking met de satellietmetingen, maar krijgen zelf ook inzicht in de verontreiniging van de atmosfeer in hun eigen omgeving.