NOAA infrarood satellietopname toont het zuidelijk deel van IJsland, waarop de kustlijn is aangegeven door middel van de grijze gekronkelde lijn. De opname werd vanaf ongeveer 800 kilometer hoogte gemaakt op de ochtend van 27 februari 2000 toen de NOAA weersatelliet opnieuw over IJsland trok. Afgebeeld zijn het aard- en zeeoppervlak, de wolken en ook de stoom- en gaswolk van de Hekla vulkaan. De pluim uitlaatgassen reikte toen tot bijna 10 kilometer hoogte. Op dat niveau was de stoom- en gaswolk afgekoeld tot onder -40 graden Celsius. Ook het omringende gebied rond de vulkaan werd gemeten. De temperatuur van de bodem was circa 15 graden onder nul. Op de "warmtebeeld"-opname was verder een deel van de uitstromende lava zichtbaar. De hitte van de gesmolten massa werd door de satelliet goed opgemerkt. De temperatuursensor registreerde een waarde van ruim 15 graden boven nul, zo'n 30 graden warmer dan de omgeving. De lava zelf heeft uiteraard een veel hogere temperatuur, maar de satelliet smeert zijn meting uit over een oppervlak van meerdere vierkante kilometers. Slechts een deel van zo'n vak is door de hete lava bedekt, waardoor de meetwaarde sterk naar beneden wordt uitgemiddeld (met dank aan Jacob Kuiper).
De wolk van stof en as, die de vulkaan tot hoogtes van meer dan 10 kilometer kan uitstoten, kan tot in de wijd omtrek zijn sporen in de atmosfeer nalaten. Zo heeft het vulkaanstof van uitbarstingen in juni 1783 op IJsland tot in Sicilië gezorgd voor opvallende verschijnselen.

Vulkaanstof verraadt zich in de atmosfeer vooral kort vóór zonsopkomst en even na zonsondergang door een opmerkelijk rode kleur van de hemel. In 1783 trokken die rode zonsondergangen veel aandacht en maakten veel discussie los. Men wist toen nog niet dat die kleuren te maken hebben met stof afkomstig van vulkanen. Toevallig was het in die periode ook vaak nevelig en hing er soms een "zwavelachtige damp" over het land, die toegeschreven werd aan planten.Tegenwoordig weten we welke verschijnselen vulkaanstof kunnen opleveren. De rode schemeringsgloed is er één van, maar ook midden op de dag is het stof soms waarneembaar. Vooral in een onbewolkte hemel met weinig vocht wordt de zon dan omringd door een meestal wazige roodbruine ring,de zogenoemde ring van Bishop. De ring van Bishop is genoemd naar zijn ontdekker, die het verschijnsel ontdekte na de uitbarsting van de Krakatau-vulkaan in 1883. De stralen van de zon veroorzaken die brede ring in de zeer kleine stofdeeltjes die de vulkaan in de atmosfeer heeft gebracht. De ring van Bishop is door ervaren waarnemers in het najaar van 1996 toen de Vatnajoekull ook actief was tot in ons landwaargenomen in het vulkaanstof dat ons toen vanuit IJsland bereikte.