De gele ster geeft de lokatie van de aardbeving aan en de witte pijl wijst naar de Merapi vulkaan.
De aardbeving is ontstaan door de botsing van de Euraziatische plaat en de Indo-Australische plaat, waarbij de Indo-Australische plaat onder de Euraziatische plaat duikt. Dit proces heet subductie en gaat niet alleen gepaard met aardbevingen maar ook met vulkanisme. De recente uitbarsting van de Merapi is daar een voorbeeld van. Deze vulkaan ligt op 50 kilometer ten noorden van de aardbeving en is al enige tijd opnieuw actief geworden. Kenmerkend voor het subductieproces is dat de aardbevingen aan de oceaankant van de subductiezone ondiep zijn, terwijl de meer landinwaarts gelegen bevingen doorgaans veel dieper zijn. Het opmerkelijke van deze aardbeving is zijn geringe diepte, tussen 10 en 20 km, op een plaats waar doorgaans diepere bevingen voorkomen. Deze geringe diepte en de grote bevolkingsdichtheid is waarschijnlijk de aanleiding geweest voor de vele slachtoffers en de aanzienlijke schade.