Windrichting en snelheid tot 6 kilometer hoogte. Zwart zijn gegevens bepaald uit de Dopplerradar; blauw zijn de berekeningen van de wind volgens het KNMI-HIRLAM weermodel.
De windprofielen bieden daarnaast informatie over windrichting en -snelheid op verschillende hoogtes in de atmosfeer. Zowel in het gebied rond Den Helder als De Bilt waar de radarantennes zijn opgesteld maakt de radar ieder kwartier een dwarsdoorsnede van het windverloop met de hoogte. Het frequent beschikbaar komen van gedetailleerde windinformatie is een grote aanwinst vooral bij extreem weer, dat gevaar oplevert. Zo kan de kans op windstoten tijdens buien en bij storm beter worden ingeschat en in de weermodellen worden verwerkt wat ten goede komt aan de kwaliteit van de weersverwachtingen, waarschuwingen en het Weeralarm van het KNMI. Ook het invallen van zeewind aan de kust, waardoor een stranddag de mist in gaat, kan beter worden gevolgd. Door internationale uitwisseling kunnen ook andere landen, met name de ons omringende, profiteren van de windprofielen boven Nederland.

De werking van de Dopplerradar is gebaseerd op het Dopplereffect. De natuurkundige Johann Christian Doppler beschreef in 1842 het principe dat een door een bron uitgezonden trilling anders wordt waargenomen als de bron zich ten opzichte van de waarnemer beweegt.

De operationele ingebruikname van de Dopplerradar is een nieuwe mijlpaal in het 150-jarig bestaan van het KNMI. Meteoroloog Buys Ballot, die het Instituut op 31 januari 1854 oprichtte, testte het Dopplereffect met behulp van musici, waaronder een hoornblazer, en een locomotief die hij op het baanvak Utrecht-Maarssen liet rijden. "Wat voor nut deze waarnemingen geven, zoo is er voor 's hands niet bepaalds voor aan te geven, maar men weet niet hoe onverwacht soms eene nieuw gevonden waarheid hare toepassing vindt", aldus Buys Ballot in 1845.