Tussen ongeveer 15 en 30 kilometer hoogte bevindt zich het meeste ozon en dat deel van de atmosfeer wordt daarom ook wel de ozonlaag genoemd. De ozonlaag neemt een belangrijk deel van de voor het leven schadelijke ultraviolette straling (UV) van de zon op. De dikte van de ozonlaag is vooral sinds de jaren tachtig afgenomen. Boven de Zuidpool is steeds in het voorjaar enige tijd ruim de helft van het ozon verdwenen. Ook boven onze streken is de ozonlaag dunner geworden. Ook hier is deze ozonafname het grootst in het voorjaar, terwijl in de herfst nauwelijks minder is gemeten.

In dit dossier leest u meer over ozon en UV-straling. Onder ‘begrippen’ vindt u onder andere van deze begrippen een korte definitie. Onder ‘nieuwsarchief’ vindt u de verschenen publicaties hierover, zoals over de grootte van het ozongat, het ozononderzoek en de metingen en warmte- en kouderecords gemeten in De Bilt. Onder ‘achtergronden’ vindt u nog meer en gedetailleerde informatie en statistieken over de ozon en UV-straling.