Wolken bestaan uit waterdruppeltjes, ijskristallen of een combinatie van water en ijs. Als de druppels of ijskristallen door de weersomstandigheden zo groot worden dat ze naar beneden vallen, noemen we dat neerslag. Allerlei vormen zijn mogelijk: regen, sneeuw, hagel en ijzel (wanneer de regen bij aanraking van voorwerpen of de grond bevriest). Ook dauw en rijp (bevroren dauw) worden tot de neerslag gerekend. De intensiteit van regen en sneeuw wordt bepaald uit het zicht.

Misschien verrassend maar de zomer is het natste seizoen, de neerslag kan dan door zware lokale buien van plaats tot plaats sterk verschillen. In het voorjaar en in de zomer valt de meeste neerslag in het binnenland, terwijl de herfst langs de kust het natst is.

In dit dossier vindt u meer van zulke informatie en statistieken. Onder ‘begrippen’ vindt u de verschillende vormen van neerslag per stuk besproken. Onder ‘nieuwsarchief’ vindt u gepubliceerde nieuwsitems over uitzonderlijke neerslaghoeveelheden in binnen- en buitenland en onder ‘achtergronden’ vindt u nog meer en gedetailleerdere informatie en statistieken over de verschillende vormen van neerslag, de waarschuwingssystematiek, metingen en gegevens per seizoen of regio.