Wolken en zon, foto L. van Hagen
Het weerbericht bevat een globale beschrijving over druksystemen zoals hoge- en lagedrukgebieden, fronten en luchtsoorten die de komende uren, waarvoor de verwachting geldt, van belang zijn. De vooruitzichten gaan nog zes uur verder of gelden voor de volgende dag.

In "significant weer" wordt informatie gegeven over zichtbelemmerende factoren, zoals neerslag, mist, heiigheid en zand of stof. Verder komen factoren aan de orde als ijzel, hagel en onweer en de mate van ijsafzetting in bewolking en neerslag.

De grondwind wordt gegeven voor tien meter boven het aardoppervlak en is vooral van belang bij het starten en landen van vliegtuigen. De wind wordt in knopen vermeld: 1 knoop = 0,51 meter/s ofwel 1 zeemijl/uur.

De bewolking wordt alleen gegeven tot zo'n drie kilometer hoogte en daarbij gaat het om de hoogte van wolkenbasis en de top, de wolkensoort en de hoeveelheid wolken in achtste delen van de hemel. De afkortingen hiervoor zijn: few voor 1/8 en 2/8; sct voor 3/8 en 4/8; bkn voor 5/8, 6/8 en 7/8; ovc voor 8/8. Bij de wolkentypen krijgen de stapelwolk cumulus (cu) en buienwolk cumulonimbus (cb) speciale aandacht vanwege het gevaar door neerslag, onweer, turbulentie en ijsafzetting.

Zweefvliegers interesseren zich vooral voor de thermiek, de sterkte van de stijgende luchtstromingen die hen in de lucht houden. Een zwakke thermiek betekent een stijgsnelheid van minder dan 1 m/s; matig, 1-3 m/s; vrij krachtig, 3-5 m/s en krachtig, meer dan 5 m/s. Het nulgradenniveau is vooral belangrijk vanwege de hoogte waarop ijsafzetting begint.

Als het weerbeeld met de bijbehorende condities in de loop van de verwachtingsperiode afwijkt of dreigt af te wijken van het verwachte beeld of de meteoroloog er anders over is gaan denken, kan een wijziging worden gegeven. Op teletekst wordt het gewijzigde deel van het bulletin voorzien van de letters "AMD" (amendering) en gemarkeerd met *sterren*.