IJszuil (foto: A.H. Woudstra, Velp)
Als het water in bijvoorbeeld een pannetje bevriest, vormt zich eerst aan de bovenzijde ijs. Water dat ijs wordt zet zo'n 10% uit; daarom drijft ijs op water. Als de bovenste ijslaag zich goed aan de wand hecht en de pan niet barst, zoekt het water zich een uitweg door de dunste plek van het ijs, ergens bij het midden. Omdat het koud is bevriest het gelijk als een soort krater.In het midden van die krater stijgt voortdurend water op, dat bevriest, etc. De krater groeit uit tot een soort zuil. Het schijnt dat de mate van afkoeling in de diverse stadia aan bepaalde voorwaarden moet voldoen om dit fenomeen te veroorzaken. De afkoelingssnelheid is dus van belang. Het verschijnsel kan ook in een vrieskast optreden!

De ijszuil wordt ook genoemd in Minnaert (de natuurkunde van 't vrije veld, uitg. 1970, deel 2, p. 296, onder d). Al met al vrij duidelijk, maar de holle vorm kende ik nog niet.

Met dank aan Herman Wessels, oud medewerker van het KNMI