Zo liep de temperatuur in de zwoele nacht van 31 juli op 1 augustus 1983 tussen 4 en 6 uur een paar graden op, waardoor het rond die tijd op enkele plaatsen 25 graden was. Daarna begon het onweer en daalde de temperatuur, zodat het maximum voor die eerste augustus op de meeste plaatsen 's ochtends om 5 of 6 uur werd gemeten. Op 29 juli 1947 werd op het toenmalig weerstation van Maastricht een minimum van 26,0 graden genoteerd, de warmste nacht in honderd jaar. Op 11 juli 1923 noteerde Vlissingen een minimum van 23,3 graden. In Den Helder werd op 22 juli 1925 een minimum van 22,5 graden gemeten.

In een zeer warme periode komt het vaker voor dat de minimumtemperaturen in ons land schommelen tussen 20 en 22 graden, hartje zomer is dat ongeveer 10 graden warmer dan normaal. Als het zeewater relatief warm is koelt het in de regel aan de kust minder af dan landinwaarts en vooral in de tweede helft van de zomer worden de hoogste minimumtemperaturen vaak gemeld door weerstations aan zee.

In de weerrapporten worden de minimumtemperaturen gegeven over de periode 20 tot 8 uur, zodat die waarden steeds gelden voor de afgelopen nacht. Voor de statistiek bepaalt het KNMI de uiterste waarden van de temperatuur van een dag volgens internationale afspraken over het etmaal 0 tot 24 uur Universal Time. Dat komt bij ons overeen met 's nachts 2 uur Zomertijd.

De hoogste zomerse minimumtemperatuur in De Bilt sinds 1901 (over het etmaal 0-24 uur) was 20,8 graden op 9 augustus 2004. Voor juni bedraagt het recordminimum 20,0 graden op 27 juni 1947 en voor juli 20,6 graden op 22 juli 1925.