21 december 2012 -
De astronomische winter van 2012/2013 begint op vrijdag 21 december om 12.12 uur. Meestal begint de winter op de 21e december maar soms is 20 december de begindatum, zoals in de 21e eeuw in 2080, 2084, 2088, 2092 en 2096.
Op een aantal plaatsen in ons land was de maansverduistering goed te zien, zoals in Emmen (foto: Era Gordeau)
De zon staat op de eerste dag van de winter loodrecht boven de Steenbokskeerkring. De verschillen in tijdstippen en soms ook data zijn het gevolg van het feit dat het tropisch jaar (het jaar waarop de kalender is gebaseerd) geen geheel aantal dagen telt en van het invoeren van de schrikkeldag. De zon staat bij het begin van de winter het laagst boven de horizon, komt die dag in Midden-Nederland om ongeveer kwart voor negen op en gaat om half vijf onder. Deze dag is de kortste van het jaar, maar dat betekent niet dat de zon dan het laatst opkomt en het vroegst ondergaat.
Al vanaf 13 december gaat de zon later onder en pas op 30 december blijft het 's ochtends het langst donker. Dat komt onder andere doordat de aardbaan rond de zon niet cirkelvormig is, waardoor de zon in de winter schijnbaar iets sneller beweegt dan in de zomer. Het gevolg is dat de zon nu dagelijks iets later door het zuiden gaat. Ook is de daglengte (het verschil in tijdstip van opkomst en ondergang ondergang van de zon) afhankelijk van de geografische breedte. Zo heeft Zuid-Frankrijk al op 9 december de vroegste zonsondergang en de meest late zonsopkomst op 3 januari.
Het noordelijk halfrond heeft in deze periode de kortste dagen. Aan de Noordpool zelf blijft de zon zes maanden onder de horizon, maar het is daar niet zes maanden donker. De duisternis hangt samen met de burgerlijke avondschemering, die eindigt wanneer de zon zich 6 graden onder de horizon bevindt. De helderste sterren en planeten worden dan zichtbaar. Echt donker is het pas wanneer de zon 18 graden onder de horizon staat: de astronomische schemering genaamd. De burgerlijke schemering is op de Noordpool op 8 oktober geëindigd, de astronomische op 13 november.
De seizoensverschillen vinden hun oorzaak in de schuine stand van de as waar de aarde om draait. Hierdoor staat de zon op het Noordelijk Halfrond in de winter lager boven de horizon dan in de zomer. De zon beschrijft 's winters een kortere baan boven de horizon dan 's zomers en is vooral daardoor maar weinig uren zichtbaar. Hoe noordelijker, hoe korter de zon boven de horizon staat. In het gebied noordelijk van de Poolcirkel is de zon in deze periode gedurende een paar maanden in het geheel niet zichtbaar. Zelfs binnen onze landgrenzen is dat verschil in daglengte al merkbaar: vandaag duurt de dag in het uiterste noorden van Nederland ongeveer 20 minuten korter dan in het uiterste zuiden.
Om praktische redenen en volgens internationale afspraak gebruiken de weerkundigen voor het berekenen van klimatologische gemiddelden een andere seizoensindeling. De Societas Meteorologica Palatina, een van de eerste internationale weerorganisaties onder leiding van de Duitse keurvorst Karl Theodor besloot in 1780 om steeds drie opeenvolgende kalendermaanden als één seizoen te beschouwen. Volgens de klimatologische indeling is de winter al op 1 december begonnen en duurt het seizoen tot met 28 of 29 februari. Voor andere berekeningen, zoals het koudegetal van Hellmann wordt ook de kou in voor- en nawinter, in de maanden november en maart meegerekend.
Eerste uitgave:
31-05-05
Laatste wijziging:
21-12-12