Nader Verklaard
Wolkenvoorspellingen
3 mei 2013 -
Blijft het bewolkt, vallen er gaten in de wolken of klaart het op? Dat zijn voor een meteoroloog vaak de moeilijkste vragen. Als wolken voorbijtrekken zien we hoe ze variƫren in dichtheid en dikte. Soms breekt de zon door of staan de sterren aan de hemel, even later kan het weer dicht zitten. Gewoonlijk letten we er niet op, maar in de vakantie of bij opvallende gebeurtenissen zoals een zon- of maansverduistering willen we ruim tevoren weten waar we aan toe zijn.
Schaduwband op wolken (foto: Paul Poelenije)
Een beetje beweging in de atmosfeer of het binnenstromen van iets andere lucht kan bepalend zijn voor de vorming of het oplossen van bewolking. Wolken bestaan uit uiterst kleine waterdruppeltjes met een diameter van minder dan 0,1 mm, een mengsel van waterdruppels en ijskristallen of alleen uit ijs.
Ze ontstaan voornamelijk door afkoeling van lucht die opstijgt. Dat gebeurt bijvoorbeeld boven de Noordzee wanneer koude lucht over relatief warm water stroomt of boven land wanneer het door de zon wordt opgewarmd. 's Nachts koelt de lucht boven land meestal af, vandaar dat we na een bewolkte dag de sterren vaak aan de hemel zien fonkelen.
Vaak is de vorming of het verdwijnen van wolken een dubbeltje op zijn kant. Dat is vooral het geval bij mist, wanneer de wolken op het aardoppervlak liggen. Slechts 5 procent van de zonnestraling wordt door wolken of mist opgenomen voor verwarming. Dat is te weinig om de bewolking op te lossen. Bepalend is de hoeveelheid zon die door de wolken heen dringt en het aardoppervlak verwarmt. De lucht vlak boven het aardoppervlak wordt dan warmer, stijgt op en kan zorgen voor de verdamping van mist of wolkendruppels.
Dankzij waarnemingen door satellieten en ballonoplatingen (sondes) hebben we inzicht in de dikte van de bewolking, de beweging daarvan en de veranderingen daarin. Ondanks die wetenschap blijft het voorspellen van bewolking vaak een hachelijke zaak. Als een depressie of front passeert lukt het meestal vrij goed. Nabij hogedrukgebieden en bij aanvoer van lucht over zee heeft de meteoroloog meer moeite om aan te geven wat er met de bewolking gaat gebeuren.
Eerste uitgave:
08-11-03
Laatste wijziging:
03-05-13