Nader Verklaard
Schemering
8 februari 2006 -
Schemering is een verschijnsel waarbij zonlicht door de atmosfeer van de aarde zodanig wordt verstrooid dat- hoewel de zon onder de horizon is- de hemel nog een beetje wordt verlicht. Het verschijnsel doet zich iedere dag voor kort voor zonsopgang en kort na zonsondergang. Sterrenkundigen maken onderscheid tussen burgerlijke, nautische en astronomische schemering.
Zodra de zon 's avonds is ondergegaan begint de burgerlijke schemering. Als na ongeveer een half uur de zon 6 graden onder de horizon is, eindigt de burgerlijke schemering. Rond dat tijdstip kunnen we zonder kunstverlichting buiten niet veel meer doen. Dan verschijnen de eerste heldere sterren en planeten. Is de zon tussen 6 en 12 graden onder de horizon dan spreekt men van nautische schemering. Er worden steeds meer sterren zichtbaar, maar de zwakste ontbreken nog.
Als de zon tussen 12 en 18 graden onder de horizon is spreekt men van astronomische schemering. In deze periode kunnen al veel serieuze sterrenkundige waarnemingen worden gedaan, ook aan lichtzwakke objecten zoals kometen. Maar pas als de zon 18 graden onder de horizon is wordt het niet meer veel donkerder en spreekt men van de astronomische duisternis. Dan zijn ook de zwakste sterren en de Melkweg zichtbaar. Dat laatste geldt echter alleen als er geen helder maanlicht is dat de hemel doet oplichten. In het begin van de zomer (eind mei tot half juli) komt de zon in onze streken niet tot 18° onder de horizon en blijft het dus altijd schemeren. Een andere belangrijke beperkende factor is de kunstmatige verlichting van steden, lantaarns, kassen en andere menselijke activiteiten. In Nederland en in heel West-Europa is het daardoor op de meeste plaatsen nooit meer astronomisch donker, zelfs niet op het platteland. Men noemt dit ook wel lichtvervuiling of lichthinder (niet te verwarren met luchtvervuiling).met dank aan Mat Drummen van de Stichting De Koepel
Eerste uitgave:
27-05-05
Laatste wijziging:
08-02-06