Seismisch risico kaart van Oost-Azie. Hoe roder / bruiner de kleur, hoe hoger het risico.
De Pacifische plaat en de Filippijnse plaat duiken langzaam (enkele centimeters per jaar) naar beneden onder de Euraziatische plaat. Dit proces, waarbij de platen zich moeizaam langs elkaar wringen, veroorzaakt grote spanningen. De plaatselijk in de loop der vele jaren opgebouwde gigantische spanning kan zich ontladen in een plotselinge verschuiving, een aardbeving.

De kaart geeft de seismiciteit in en rondom Japan sinds 1990. De gekleurde rondjes geven de plaats, de magnitude en de diepte (km) van een aardbeving aan. Let op de algemene tendens dat de bevingen dieper worden als je van oost naar west over het hoofdeiland Honshu gaat. Van paars (0-33 km) naar oranje (300-500 km) en rood (tot 800 km). Dit geeft de diepte van de onderduikende Pacifische plaat aan. Onder de 800 km is het gesteente visceus, het gedraagt zich als een traag stromende vloeistof en er kunnen geen bevingen meer voorkomen.

Seismisch risico
Overzichtskaart van het seismisch risico van Japan en omgeving. Het bruin gekleurde gebied heeft het hoogste risico. Bron: GSHAP (Global Seismic Hazard Assesment Program)

Aardbevingen in de regio

  • 10 augustus 2009, 20:07 UTC, M = 6,1 bij de zuidkust van Japanse hoofdeiland Honshu. Er viel een dode en 123 gewonden en er was veel schade.
  • 23 juli 2008, 15:26 UTC, M= 6,8 in het oosten van Honshu. Er viel een dode en 200 gewonden en er waren aardverschuivingen.
  • 13 juni 2008, 23:43 UTC, M = 6,9 in het oosten van het Japanse hoofdeiland Honshu, 390 kilometer ten noorden van Tokyo. Er vielen 13 doden en 357 gewonden en er waren aardverschuivingen.
  • 16 juli 2007, 01:13 UTC, M= 6,6 bij de westkust van Honshu. Er viele negen doden en 1088 gewonden en er werd veel schade aangericht.
  • 25 maart 2007, 00:41 UTC, M= 6,7 bij de kust van het Honshu. De aardbeving veroorzaakte een tsunami. Er viel een dode en 150 gewonden.
  • 16 augustus 2005, 02:46 UTC, M = 7,2 voor de kust van het Honshu, ca. 400 km noordoostelijk van de hoofdstad Tokio.
  • 20 maart 2005, 01:53 UTC, M = 6,4, lokatie ten westen van Kyushu.
  • Oktober 2004, serie zware aardbevingen bij de stad Niigata. De grootste beving had een kracht van 6,6 op de schaal van Richter. Op 16 juni 1964 vond er in hetzelfde gebied ook een zeer zware aardbeving plaats van magnitude 7,4. Bij deze aardbeving zijn veel huizen verwoest door liquefactie, wat letterlijk verweking van de andergrond betekent.
  • 25 september 2003, 19:50 UTC, 50 kilometer ten zuidoosten van het Japanse eiland Hokkaido, M = 8,0, diepte was ongeveer 30 km. De aardbeving heeft een aanzienlijke schade aangericht. Omdat de aardbeving in zee heeft plaatsgevonden is er een waarschuwing gegeven voor vloedgolven (tsunami's). De vloedgolven die zijn gesignaleerd in Japan waren ongeveer 2 meter hoog en bleken dus mee te vallen. Figuur 3 geeft het seismogram van de vertikale seismometer van het station HGN in Zuid-Limburg op een afstand van bijna 9000 kilometer. Op de vertikale as staat de amplitude in millimeters en op de horizontale as de tijd, in dit geval 3600 seconden (1 uur). De maximale vertikale bodembeweging in Nederland was ongeveer 10 millimeter. De periode van deze beweging was groter dan 20 seconden en is daarom niet door mensen waargenomen.
  • 26 mei 2003, 11:24 Nederlandse tijd (18:24 Japanse tijd), 300 km ten noordoosten van Tokio, kracht M = 7,2 op de schaal van Richter, haarddiepte wordt geschat op 60 km. De beving was ondiep voor het gebied waar hij plaatsvond (zie figuur 4).
  • 16 februari 1995, Kobe, M = 6,8. De stad werd voor een groot deel verwoest. Er vielen 5502 doden.
  • 1 september 1923, Tokio, M = 8,2. De stad werd door de beving en de daarop volgende brand nagenoeg volledig verwoest. Er vielen meer dan 140.000 doden.