Tektoniek van het Midden-Oosten en Afrika. BS=Black Sea; CS=Caspian Sea; DSF=Dead Sea Fault; EAF=East Anatolian Fault; GA= Gulf of Aden; HA=High Atlas; KD= Kopet-Dagh; MA=Middle Atlas; MZT=Main Zagros Thrust; NAF=North Anatolian Fault; OFZ=Owen Fault Zone; RS=Red Sea; SAF=South Atlas Fault; SB=Sirt Basin. Solid triangles designate upper plate of thrust fault zones, open triagles designate upper plate of subduction zone; parallel lines designate ocean spreading center. (Bron: Lincoln Lab, VS).
De gevolgen van deze botsing der beide continenten uiten zich hier vooral in Noord-Italië (Alpen) in de vorm van overschuiving en in Zuid-Italie (Sicilië, Calabrië, Tyrrheense Zee) in de vorm van onderschuiving (subductie). Het centrale deel van Italië (Apennijnen) vormt de westelijke grens van de kleinere Adriatische plaat, die als een afzonderlijke microplaat Europa binnendringt, met als gevolg zowel onderschuiving als horizontale verschuivingen in Centraal-Italië.


Recente aardbevingen in de regio
  • In de vroege ochtend van 6 april 2009 (03:32 lokale tijd) heeft een zware aardbeving schade aangericht in de omgeving van L'Aquila, 95 km NO van Rome. De aardbeving had een kracht van 6.3 op de schaal van Richter.
  • Op 24 november 2004 om 22:59 UTC is het noorden van Italië getroffen door een aardbeving van 5,2 op de schaal van Richter. De beving is gevoeld in heel Noord- en Midden-Italië.
  • 31 oktober 2002 (10:32 UT) en vrijdag 1 november 2002 (15:09 UT). De epicentra liggen ten westen van de plaats Foggia en ten noordoosten van Napels, coördinaten 41,5 Noord en 14,9 Oost. De twee aardbevingen hadden dezelfde magnitude van M = 5,3 op de schaal van Richter. Beide bevingen vonden plaats op een diepte van ongeveer 10 kilometer. In 1997 vonden in Umbria ook meerdere bevingen met dezelfde magnitude vlak na elkaar plaats.
  • 26 Maart 1998, aardbeving (M = 4,9) in Midden-Italië (Umbria) in hetzelfde gebied als de bevingen in september - november, 1997.
  • September - november, 1997. Zwerm aardbevingen in Midden-Italië (Umbria)
    Enkele van de krachtigste bevingen:
    26 September 00:33 UTC M = 5,8 (NEIC)
    26 September 09:40 UTC M = 5,9 (NEIC)
    3 Oktober 08:56 UTC M = 5,1 (NEIC)
    6 Oktober 23:24 UTC Magnitude M = 5,3 (NEIC)
    14 Oktober 15:23 UTC Magnitude M = 5,5 (NEIC)
De aardbevingszwerm van september-november 1997
In de vroege ochtend van vrijdag 26 september 1997 werd Midden-Italië opgeschrikt door een aardbeving van 5,5 op de schaal van Richter. Vele zwakkere naschokken volgden. Er was direct veel schade aan woningen en historische gebouwen. Enkele doden en vele gewonden. Net voor het middag uur volgde een tweede, sterkere aardbeving van 5,8. Nog meer doden (inspecteurs van de schade aan de kerk van Assissi), nog meer schade.

Is de eerste beving een voorschok en de tweede de hoofdschok? Of zijn dit beide voorschokken en komt er misschien een nóg sterkere aardbeving? Normaal neemt zowel het aantal naschokken als de magnitude af. Ook na de aardbeving in Roermond (april 1992) zijn zo'n 150 naschokken (met afnemende sterkte) geregistreerd.

In Midden-Italië was er na een week (3 oktober) echter een beving van magnitude 4,8. De volgende dagen volgden de magnitude 4 aardbevingen elkaar op, met als voorlopig laatste uitschieter de aardbeving van 4,9 op 14 oktober. De schade aan de toch al aangeslagen gebouwen nam toe (het neerstortende torentje in Foligno), de onrust onder de bevolking bleef.

In dit geval spreekt men van een aardbevingszwerm. Uit de geschiedenis blijkt dat een zwerm niet vaak voorkomt. Maar wat is een zwerm eigenlijk? Zoals eerder gezegd wordt een aardbeving vaak gevolgd door een serie naschokken die snel in magnitude en aantal afnemen.

Als nu de magnitudes niet afnemen (zoals hier het geval is) dan is de verhouding tussen het aantal bevingen en de magnitude groter dan 1. Blijkbaar is de opgebouwde spanning niet in één keer ontladen. De eerste aardbeving lokt de volgende uit, etc. Soms zit er enige tijd tussen doordat langzame processen in de complexe ondergrond een rol spelen. Een voorbeeld van deze processen zijn de waterstromen in de ondergrond en het plastische gedrag van het gesteente. Een ander voorbeeld is het tijdens een beving ontstaan van nieuwe breuken (breukvoortplanting).

Waarom is hier zo veel schade? De historische gebouwen staan er al eeuwen en het gebied is al vaker door aardbevingen getroffen. Eén verklaring is de geringe diepte van 10 km (normaal zo'n 30 km). Een tweede factor is dat diverse gebouwen (zoals de basiliek in Assissi) gerestaureerd zijn.

Bij deze restauraties zijn de gebouwen verstevigd. Oude houten steunbalken worden vervangen door nieuwe betonnen steunbalken. Hout is flexibeler en heeft in diverse aardbevingsgebieden (o.a. Californië) zijn nut bewezen. Een derde reden is het gebruik van onregelmatige "natuurstenen" bij de bouw. Als bakstenen gebruikt worden, zit er meer verband tussen de stenen, wat resulteert in een grotere stevigheid.

Referenties:


  • De Rubeis, V., C. Casparini, A. Solipaca and P. Tosi, 1992. Seismotectonic characterization of Italy using statistical analysis of Geophysical variable. J. Geodyn. , 16 , 103 - 122.
  • Mantovani, E., D. Albarello, C., Tamburelli and D. Babbucci, 1997. Recognizing the Italian zones most prone to next large earthquakes: Possible approaches and present chances. Annali di geofisica , 40, 1329 - 1344.