11 december 2012 -
Sneeuwbuien kunnen het verkeer behoorlijk parten spelen. De neerslag kan soms heftig zijn waardoor het wegdek in een mum van tijd spiegelglad kan worden. De intensiteit van de neerslag kan plotseling veranderen en over korte afstanden sterk verschillen.
Sneeuw- en hagelbuien kunnen het verkeer behoorlijk parten spelen. De neerslag kan heftig zijn waardoor het wegdek in een mum van tijd spiegelglad kan worden (foto: Sjaak van den Ham, KNMI).
Voor het verkeer is dat verraderlijk omdat dan ook de toestand van het wegdek van plaats tot plaats sterk kan verschillen. Niet alleen tijdens een bui maar ook kort nadat de bui is gepasseerd. Vooral na een flinke bui bij temperaturen rond het vriespunt en lage wegdektemperaturen kan de weg nog een hele tijd glad blijven. De buien gaan soms vergezeld met windstoten waardoor de omstandigheden voor het verkeer nog slechter worden.
Bovendien loopt in sneeuwbuien het zicht plotseling sterk terug. Als het een beetje sneeuwt valt dat nog wel mee. In lichte sneeuw is het zicht nog zo’n een tot twee kilometer. Naarmate het harder sneeuwt, wordt het zicht snel minder. In een zware sneeuwbui ligt het zicht tussen 200 en 500 meter, vergelijk met het zicht in mist. In zware sneeuwbuien kan het zicht verder teruglopen soms zelfs tot minder dan 50 meter. Dat komt overeen met het zicht in zeer dichte mist.
In combinatie met de gladheid en de ophoping van sneeuw op de voorruit levert dat op de weg gevaarlijke situaties op. Sneeuwbuien ontstaan vaak in koude lucht die van noordelijke breedten (uit het poolgebied) wordt aangevoerd. Vooral als die lucht op grote hoogte in de atmosfeer zeer koud is, kunnen flinke buien ontstaan. Het relatief warme water van de Noordzee vormt een extra voedingsbron voor de buien.
De invloed van het zeewater is het grootst wanneer de lucht aangevoerd wordt over het zeegebied tussen IJsland en Scandinavië en een lange weg over zee aflegt. Satelliet- en radarbeelden tonen dan lange buienstraten waarin de buien zich clusteren. De Waddeneilanden liggen bij een koude noordoostenwind soms in de aanvoerroute van sneeuwbuien, die boven het relatief warme zeewater ontstaan. Onder die omstandigheden viel daar bijvoorbeeld in de winters van 1985 en 1987 een halve meter sneeuw, een zeldzaamheid in ons land. Ook met een zwakke westelijke wind kunnen sneeuwbuien die in koude lucht boven de Noordzee zijn ontstaan de kustprovincies binnendrijven en plaatselijk sneeuw van betekenis achterlaten.
In gebieden waar deze intensieve buien passeren, kan het enige tijd flink sneeuwen. Dat levert bij buiig weer grote verschillen op in weertype: over een afstand van nog geen tien kilometer kan het weer totaal anders zijn. In een deel van het land kan een dik pak sneeuw vallen terwijl het landschap een eindje verderop groen blijft. Ook hoogteverschillen kunnen invloed hebben op de neerslag. De koude lucht waarin sneeuwbuien ontstaan, is vooral op grote hoogte koud waardoor de neerslag op de heuveltoppen van de Veluwe of van Limburg eerder in sneeuw overgaat dan in lagere delen van Nederland.
De weerkundigen houden daar rekening mee in hun waarschuwingen voor gladheid. Ook het tijdstip van de neerslag is van belang: sneeuwbuien in de spitsuren leveren aanzienlijk meer problemen op dan sneeuwval in de rustige nachtelijke uren.
Waarschuwingen van het KNMI behalve op internet op NOS Teletekstpagina 713.
Eerste uitgave:
21-11-08
Laatste wijziging:
11-12-12