21 juni 2012 -
De kans op onweer wordt vaak al enkele dagen tevoren aangekondigd in de meerdaagse verwachting. Op langere termijn is meestal niet precies aan te geven hoe zwaar het onweer wordt. Ook is dan nog onduidelijk of het slechts lokale buien worden of dat een groot deel van het land ermee te maken krijgt. Wel beschikken de weerkundigen soms over aanwijzingen dat het heftig kan worden. Zodra dat voldoende zeker is wordt dat al in de verwachtingen verwerkt.
Het model berekent de regionale kans op onweer (> 1 bliksemontlading) en de kans op hoge bliksemintensiteiten (bron: KNMI)
Op korte termijn kan preciezer worden aangegeven hoe zwaar het onweer wordt. Met behulp van de neerslagradar kan de buienactiviteit op de voet worden gevolgd. Het KNMI geeft een regionale waarschuwing uit voor onweer (code geel) bij meer dan 60 procent kans op minstens één ontlading per vijf minuten. Wanneer in een groot deel van het land grote complexen met zware buien worden verwacht kan een waarschuwing voor extreem weer (code oranje) of een Weeralarm (code rood) voor zwaar onweer worden uitgeven. Zwaar onweer houdt in dat er in vijf minuten minstens vijfhonderd ontladingen worden geregistreerd.
Zware buien kunnen ontstaan bij zeer warm en vochtig weer wanneer aanzienlijk koelere lucht binnenstroomt. De kou is dan meestal hoog in de atmosfeer al aanwezig zodat grote temperatuurverschillen optreden. Vooral wanneer het op grote hoogte hard waait kunnen de torenhoge onweerswolken uitgroeien tot heftige buien met windstoten.
Bliksem op afstand in Twente (foto: Robert Hoetink)
Het KNMI heeft een verwachtingsmodel ontwikkeld waarmee de kans op onweer wordt berekend en hoe heftig het wordt. Het verwachtingssysteem maakt gebruik van berekeningen van het HIRLAM weermodel en van het Europees Weercentrum ECMWF. Ook actuele bliksem- en neerslagwaarnemingen worden gebruikt. Belangrijk voor het model zijn de waargenomen bliksemintensiteit, verwachtingen van de neerslag, de temperatuurverschillen met de hoogte en de luchtvochtigheid.
Het model, dat meerdere malen per dag wordt gedraaid, berekent voor gebieden van ongeveer 90 bij 80 kilometer de kans op zwaar onweer tot twee dagen vooruit. Zo kan voor verschillende delen van het land een prognose worden gegeven van de kans op zwaar onweer. Als de kans aanzienlijk groter is dan het klimatologisch gemiddelde is dat voor de weerkundigen een aanwijzing dat het onweer heftig kan worden. De meteorologen zijn dan extra alert op de ontwikkelingen en kunnen zonodig waarschuwingen uitgeven.