Poollicht op 30 mei 2003 bij Schermerhorn (foto: Jan Karel Lameer)
Het journaal van wis- en sterrenkundige Isaac Beeckman (1588-1637) uit Zierikzee is één van de oudste weerdagboeken uit ons land. Tussen 1612 en 1615 noteerde hij naast het weer van elke dag ook de windrichting en of het voor zijn gevoel warm of koud was. In de archieven zijn ook waarnemingsreeksen te vinden van Claes Ariszoon Caescooper uit Koog aan de Zaan, die in de jaren 1669-1729 het weer beschreef. Later zijn deze meetreeksen in de Zaanstreek voortgezet door verschillende leden van de familie Honig.

De meest uitvoerige en langste reeks is die van Zwanenburg waar tussen 1735 en 1861 het weer werd bijgehouden. De meetreeks, die gekoppeld is aan de latere metingen in De Bilt, is van groot belang voor klimaatonderzoek. De waarnemingen zijn door professionele wateropzieners steeds op dezelfde plaats verricht. Bovendien hebben zij begrippen geïntroduceerd die vergelijkbaar zijn met omschrijvingen die tegenwoordig gebruikt worden. Als er geen wolken te zien waren noteerden ze helder en bij geheel betrokken was de lucht volledig bedekt.

Mei moet volgens de vele dagboeken altijd een zonnige maand zijn geweest. De eerste metingen, die dat kunnen bevestigen dateren uit de 19e eeuw, toen de zonneschijnmeter werd uitgevonden. Metingen van de temperatuur zijn al begonnen in 1705. Uit drie eeuwen blijkt hoe contrastrijk het weer in de bloeimaand kan zijn. De uitersten variëren van min 5,4 graden op 9 mei 1944 in Castricum tot +35,6 graden op 25 mei 1922 in Gemert en Sittard.

In een paar dagen tijd kan het 10 tot 20 graden kouder of warmer worden, maar ook gemiddeld kent mei van jaar tot jaar grote verschillen. De koudste mei dateert uit 1740 met gemiddeld 7,5 graden tegen 13,1 graden als huidige norm (tijdvak 1981-2010). Na de ijskoude winter van 1740 volgde het koudste voorjaar aller tijden met zelfs in mei nog volop sneeuw. De warmste mei ooit was die van 1889 met gemiddeld 16,0 graden. In de laatste honderd jaar was mei 2008 de warmste met 15,7 graden, op de voet gevolgd door mei 1992 met 15,6 graden. Mei 1992 leverde in het zuiden 15 zomerse dagen op. De Bilt telde die maand het recordaantal van 12 dagen boven de 25 graden dat in mei 2000 werd geëvenaard.