Gedeeltelijke zonsverduistering van 4 januari 2011. Om 09u12 kwam de zon vanuit Enschede achter een wolk tevoorschijn. Goed zijn de twee delen te zien. Na zo’n 20 minuten werd de bewolking weer dikker en was het spektakel grotendeels voorbij (foto: Robert Hoetink)
In het noorden van Zweden ging ongeveer 86 procent van de zon schuil achter de maan. De zonsverduistering was de eerste van vier gedeeltelijke zonsverduisteringen in 2011. De andere drie vinden plaats op 1 juni, 1 juli en 25 november, maar die zijn hier niet te zien. De volgende gedeeltelijke zonsverduistering die in Nederland wel te zien is vindt plaats op 20 maart 2015.

Eeuwen geleden dacht men dat zonsverduisteringen van invloed waren op het weer. De duur van een zonsverduistering zou verband houden met de duur van een regenperiode. Ook het tijdstip van de verduistering zou van belang zijn: een zonsverduistering in het voorjaar zou bijvoorbeeld gunstig zijn voor de oogst. Tegenwoordig weten we dat een verduistering van zon of maan geen invloed heeft op het weer op lange termijn. Alleen tijdens een totale zonsverduistering vindt door het wegvallen van de invallende zonnestraling wel een geringe daling van temperatuur plaats. Dat veroorzaakt ook een kleine verandering in de luchtdruk, waardoor bij een totale verduistering ook de wind iets kan toenemen, de zogenaamde eclipswind.

Zonsverduistering van 4 januari 2011 in Enschede (foto: Robert Hoetink)
Zonsverduistering van 4 januari 2011 in Enschede (foto: Robert Hoetink)
Zonsverduisteringen komen regelmatig voor en meestal zijn dat gedeeltelijke verduisteringen. De 20e eeuw telde in ons land 42 gedeeltelijke zonsverduisteringen. Vooral de eerste dertig jaar waren er opmerkelijk veel grote zonsverduisteringen. Op 30 augustus 1905 werd de zon in het begin van de middag voor 73 procent bedekt door de maan. Zeer indrukwekkend was de ringvormige eclips op 17 april 1912 met een grootte van 97 procent. Op 21 augustus 1914 was er midden op de dag opnieuw een zonsverduistering (72 procent) en nog geen zeven jaar later, op 8 april 1921, was de zon in de ochtend voor 85 procent verduisterd. Op 24 januari 1925 was er opnieuw een eclips (79 procent) en op 29 juni 1927 weer een (93 procent) vroeg in de ochtend. In Engeland was deze eclips totaal, maar daar gooide bewolking roet in het eten.

Daarna duurde het tot 30 juni 1954 voor de volgende grote eclips (81 procent) in ons land te zien was. De zon werd teruggebracht tot een sikkel en onder de half bewolkte hemel werd het midden op de dag erg schemerig. Op 15 februari 1961 was er 's ochtends om kwart voor negen een zonsverduistering bij lage zonnestand, waardoor het goed te zien was. De zonsverduistering van 11 augustus 1999 (gemiddeld 94 procent) kan voor ons land na die van 1912 gezien worden als de belangrijkste van de 20e eeuw.
Zonsverduistering van 4 januari 2011 in Werkhoven (foto: Bas en Brechje van Beek)
Zonsverduistering van 4 januari 2011 in Werkhoven (foto: Bas en Brechje van Beek)

Voorlopig was dat ook de laatste van deze omvang want de eerstvolgende eclips van vergelijkbare grootte is hier pas in 2081 te zien. Een nog grotere zonsverduistering hebben we in 2093, wanneer in Noord-en Noordoost-Nederland een ringvormig zonsverduistering is te zien. België ziet in 2090 bij ondergaande zon nog net een totale verduistering. Pas in het jaar 2135 is in ons land voor het eerst sinds 1715 een totale zonsverduistering te zien. Zeven jaar later, in 2142 weer een en daarna in 2151 nog een. De komende jaren zien we hier wel gedeeltelijke zonsverduisteringen. Tot 2040 zijn er in ons land en/of België 12 gedeeltelijke zonsverduisteringen te zien.