Score ECWMF verwachtingen*
De computer berekent het mondiale weer voor vijf tot tien dagen vooruit. Voor het gebruik en de interpretatie van die gegevens is de vlindertheorie van de Amerikaanse meteoroloog Lorenz van groot belang. Het klapwieken van een vlinder in het Amazonegebied kan er bij wijze van spreken voor zorgen dat een depressie ontstaat die twee dagen later in ons land voor regen en wind zorgt. Een kleine verstoring kan enorme gevolgen hebben voor het weer in de komende dagen en is dus van belang voor de weersverwachtingen.

Het Europees Weercentrum ECMWF en het KNMI hebben een speciale methode ontwikkeld die zulke verstoringen incalculeert, de ensemblemethode. De computer produceert voor elk van de komende tien dagen tientallen weerkaartjes ter grootte van een flinke postzegel, die de mogelijke weersituatie aangeven. De uitkomsten worden op verschillende manieren gepresenteerd, niet alleen in weerkaartjes en grafiekjes maar ook in de vorm van de zogenaamde pluim. De meteoroloog kan op basis daarvan een trendverwachting maken voor de komende tien dagen.

De langetermijnverwachting was de belangrijkste uitbreiding van de weersverwachtingstermijn in twintig jaar. Op 1 juni 1981 begon het KNMI met het publiek maken van de vijfdaagse verwachtingen. Indertijd werd dat zeer gedurfd gevonden, maar na een jaar was iedereen er al aan gewend. De verwachtingen voor de lange termijn zijn geen gedetailleerde weerberichten, maar geven een trend.

Deze weersverwachtingen zijn gebaseerd op de uitkomsten van computerberekeningen van het Europees Centrum voor Weersvoorspellingen op Middellange Termijn. Het ECMWF, waarin het KNMI participeert, is al in 1980 begonnen met tiendaagse verwachtingen en heeft veel onderzoek gedaan naar verbetering van de kwaliteit.

Sinds het ECMWF in de jaren zeventig de eerste verwachtingen uitbracht is de kwaliteit sterk verbeterd. Inmiddels hebben de verwachtingen van het European Prediction System (EPS) tot twee dagen vooruit een betrouwbaarheid van ruim 95 procent. We moeten daarbij bedenken dat 100 procent een perfecte verwachting vertegenwoordigt en dat er bij nul procent geen enkele overeenkomst met de werkelijkheid is. Op een termijn van vier dagen ligt de score iets onder 90 procent en de vijfdaagse verwachting is in 80 procent van de gevallen bruikbaar. De vijfdaagse is tegenwoordig net zo betrouwbaar als in de weersverwachting tot twee dagen vooruit in 1972.

Het ECMWF maakt naast de tien- en vijftiendaagse verwachtingen ook maand- en seizoensverwachtingen. Voor deze verwachtingen op langere termijn zijn vooral de stromingen in de oceaan van groot belang en de wisselwerking tussen de oceaan en de lucht erboven.