Onweer in Rosport, Luxemburg, 20 juli 2003. Foto A. Eektimmerman
Zware onweersbuien zijn meestal het gevolg van een toevallige samenloop van omstandigheden, zoals grote temperatuurverschillen, vochtige lucht en een sterke wind op grote hoogte in de atmosfeer. Bovendien hangt de intensiteit van het onweer af van het tijdstip van de dag waarop de buien passeren. In de zomerperiode is de kans op zware buien in de avond en het begin van de nacht in het algemeen het grootst.

De activiteit van de buien kan lokaal verschillen. Op de ene plaats kunnen tientallen millimeters regen vallen, terwijl het op enkele kilometers afstand droog blijft. Ook windstoten en hagel kunnen heel plaatselijk optreden en op de ene plaats heftiger zijn dan elders.

Uit de tijd tussen bliksem en donder is af te leiden of het onweer in de buurt is. Het geluid legt in drie seconden een afstand van ongeveer 1 kilometer af. Als de donderklap binnen 10 seconden na de bliksemontlading volgt is het onweer gevaarlijk dichtbij.

In het verkeer kan onweer gevaar opleveren, niet alleen vanwege windstoten en zware regen maar ook omdat de bliksemflitsen verblindend kunnen zijn. Een blikseminslag kan verkeerslichten ontregelen en alarmsignalen bij spoorwegovergangen uitschakelen. Dat kan dus ook na een onweer nog problemen opleveren.