Toch is het moeilijk om de hitte van deze zomer rechtstreeks in verband te brengen met die verandering. Het aantal dagen in De Bilt met meer dan 25 of meer dan 30 graden wordt door zoveel toevalsfactoren bepaald dat er in de afgelopen eeuw geen trend in te zien is. De natuurlijke schommelingen in het weer zijn zeker in ons land van week tot week groot. Een temperatuurstijging van gemiddeld een graad in honderd jaar valt daardoor in het niet bij de veel grotere natuurlijke variaties. Het versterkte broeikaseffect is nog relatief te klein om het in verband te brengen met een hete zomer.

Dat neemt niet weg dat de zomer van 2003 uitzonderlijk was. Vroeger had zo'n zomer een zeldzaamheid van 50 jaar maar in het inmiddels opgewarmde klimaat van Zuid-Europa komt zoiets eens in de 20 jaar voor. Uit onderzoek op Europese schaal blijkt dat het aantal extreem warme dagen de laatste decennia is toegenomen. Een trend is moeilijk vast te stellen omdat de meeste reeksen nog te kort zijn en te weinig uitschieters bevatten om veranderingen vast te stellen.

Klimaatonderzoekers zijn echter bezorgd over de toekomst. De verwachting is dat de wereldgemiddelde temperatuur met 1 tot 6 graden stijgt. Dat is veel meer dan de halve graad opwarming van de vorige eeuw. De scenario's van het klimaat laten zien dat ook de zomertemperatuur in ons land verder gaat stijgen. Daarmee wordt de kans op hittegolven groter.

Ook de neerslag verandert. Hoewel het grillige karakter van neerslag toekomstige ontwikkelingen onzeker maakt zijn de meeste wetenschappers het erover eens dat de zomerneerslag in Europa met meer dan 20% gaat afnemen. In contrast daarmee wordt ook een toename van de intensiteit van zware buien verwacht. In totaal valt er minder maar er valt meer in korte tijd. Dat beeld is karakteristiek voor een tropisch klimaat. Bovendien neemt door het warmere zomerweer in de komende decennia de verdamping toe waardoor de kans op uitdroging stijgt. De waterstanden in de grote rivieren zullen dan in de zomer een stuk lager kunnen worden.