Dreigende rolwolk vanuit de duinen bij Praia de Mira in Portugal (foto: Ceriel Mocking)
Vooral het noordelijk kustgedeelte heeft te maken met van zee binnendrijvende mist, maar met dagelijks zo'n 10 of 11 uur zon is de zomer ook daar veel zonniger dan bij ons waar we het met gemiddeld 6 à 7 uur zon genoegen moeten nemen. De Portugese zuidkust hoort tot de zonnigste van Europa. Faro in het uiterste zuiden ziet de zon in juli gemiddeld 387 uur en in augustus 366 uur. In de zonnigste maanden van de eeuw kwamen wij in ons land net boven de 300 uur.

De zonkracht (sterkte van het UV-zonlicht) is er door de hogere stand van de zon sterker dan bij ons, zodat zonbeschermende middelen of kleding geen overbodige luxe zijn. Door de warmte is het in de zon vaak ook niet lang uit te houden. In de middag loopt de luchttemperatuur op het strand uiteen van gemiddeld 25 graden in Porto (noorden) tot 28 graden in Faro (zuiden). Op warme dagen kan het gemakkelijk 30 tot 35 graden worden, vooral in het warme dal van de Taag. De omgeving van Rosmanhinhal kent in de warmste maand een gemiddeld maximum van 37,4 graden. De records staan op naam van Amaraleja aan een zijrivier van de Guadiana: 46,5 graden in 1995 en 47,3 graden op 1 augustus 2003.

De zomers zijn in het zuiden kurkdroog. Langs de Portugese zuidkust zijn de hoeveelheden regen in de zomer minimaal. In noordelijke richting neemt de kans op regen langzaam iets toe van gemiddeld 0 mm in juli en augustus in Faro tot 4 mm in Lissabon en 20 à 25 mm in het noordelijke Porto. Juni is daar wat minder droog met gemiddeld 40 mm.