Kruiend ijs aan het Vissershaventje van Noordpolderzijl in Groningen (foto: Jannes Wiersema)
De ijsplakken worden in de richting van de wind over een grote afstand tegen elkaar geduwd, waardoor de spanning over de hele lengte toeneemt, zoals dat ook het geval is bij touwtrekken.

De natuurkrachten, die daarbij optreden, zijn enorm. De enorme ijsplaten worden moeiteloos tegen de zwaartekracht in omhooggeduwd en kunnen zo over de dijken heenschuiven. De ijsblokken of -velden kunnen ijsdammen opwerpen, als ze over elkaar schuiven, kistwerken genaamd. Kistwerken ontstaan bij voorkeur in scherpe bochten of bij obstakels.

Het ijs kan ook dijken beschadigen: verschillende dijkdoorbraken in het verleden waren het gevolg van kruiend ijs. Het ijs kan aan de andere kant van de dijk terechtkomen, waardoor gevaarlijke situaties ontstaan en ook wegen beschadigd worden. De scheepvaart ondervindt veel hinder van kruiend ijs. Ook schepen kunnen enorme schade oplopen en het ijs kan op het dek terechtkomen.

De naweeën van een ijsperiode kunnen dankzij kruiend ijs en langzaam smeltende ijsrestanten lang duren en de temperatuur tot ver in het voorjaar drukken. Kronieken over koude winters eindigen altijd met spectaculaire verhalen over kruiend ijs en ijsbergen. Na de koude winter van 1996 vormden zich meters hoge ijsdammen. Inmiddels is ook langs het IJsselmeer het ijs aan het kruien. Dat is echter kinderspel bij wat er na strenge winters in de vorige eeuw gebeurde.

Na de zeer koude winter van 1940 werden bij Edam ijsschotsen van ruim een halve meter over de dijk geschoven en achter de dijk vormden zich ijsbergen van tien meter hoogte. Na de strenge winter van 1942 kwam Ameland pas eind maart na zeventig dagen uit zijn isolement. Spectaculair was ook de nawerking van de koude in februari 1929: eind maart slaagt de postboot er nog niet in om van Enkhuizen naar Urk te varen.

Na de vorst van de afgelopen weken en de harde oostenwind ligt er dit jaar zelfs eind maart ijs op de Nederlandse wateren. Zo laat in het seizoen komt dat zelden voor, door de relatief warme maartmaanden zeker de laatste jaren niet. In een ver verleden zijn er wel voorbeelden van laat ijs. Zo was in de tweede helft van maart 1667 het ijs in Leiden "drie vingers dik". In Amsterdam kon men op 18 maart 1667 over het ijs op het IJ lopen en de Zuiderzee vroor volgens verschillende bronnen eind maart nog helemaal dicht. Ook de ijskoude maart 1845 met series ijsdagen en rond het midden van de maand temperaturen van 20 graden onder nul staat bekend om het ijs. Op 23 maart 1845 werden de Paaseieren gegeten op het ijs.

Bron: Jan Buisman, Extreem Weer. Uitgeverij van Wijnen, Franeker, 2011.