Huizenhoge sneeuw bij de sneeuwstorm van 1979 in Uithuizermeeden. Dat zou zeker code rood zijn (foto: Jan Bolt)
Een polar low is een klein venijnig lagedrukgebied tot grote hoogte gevuld met ijskoude lucht. De storing ontstaat in het zeegebied tussen Groenland en Lapland en dankt zijn vorming aan grote temperatuurcontrasten. Lucht met temperaturen van 20 tot 30 graden onder nul strijkt over warmer zeewater van 5 tot 10 graden boven nul. Op satellietfoto’s is in de kern van de wervel soms een oog zichtbaar net als bij een orkaan.

Meestal komen dergelijke pooldepressies niet verder dan de kusten van Noorwegen, Schotland of Denemarken waar ze dan een pak sneeuw achterlaten. Wanneer er echter een langgerekte noordelijke stroming staat van de Noorse zee tot de Noordzee, lukt het zo’n storing boven de zuidelijke Noordzee te komen. Boven het relatief warme water wordt de sneeuwdepressie dan actiever. Vooral in de kustprovincies valt dan veel sneeuw, soms ook langs de Belgische kust. Landinwaarts neemt de buienactiviteit snel af, maar ook daar kan het nog flink sneeuwen. De ontwikkeling van zo’n sneeuwstoring is goed te volgen op satellietfoto’s maar toch wordt de activiteit vaak pas op het laatste moment goed duidelijk.

Ondanks de zachtere winters zijn er de laatste jaren enkele polar lows op Nederland afgekomen die plaatselijk 10 tot 20 cm achterlieten. De meest actieve van de laatste decennia passeerde begin januari 1979, een bijzonder koude en sneeuwrijke winter. Het oog van de storing trok vlak langs onze kust maar veroorzaakte in vrijwel heel Nederland een sneeuwjacht, waarbij het langs de kust onweerde. De storing zorgde voor grote tegenstellingen: aan zee viel korte tijd de dooi in terwijl het in het binnenland sneeuwde bij 10 graden vorst.