Zo'n kalendergebonden verschijnsel wordt in de meteorologie een singulariteit genoemd. Dat zijn karakteristieke weersituaties die vrijwel ieder jaar in een bepeaalde periode of rond een bepaalde datum terugkeren. Bekende voorbeelden zijn de IJsheiligen rond 12 mei, de oudewijvenzomer rond 22 september en de kerstdepressie rond 24 december.

Uit onderzoek door Duitse weerkundigen blijkt dat er nog veel meer singulariteiten bestaan. Aan specifieke data zijn ze echter niet te koppelen. Het doorgaans wisselvallige weer in ons land kent door het jaar heen inderdaad een bepaald verloop, maar de veranderingen zijn enigszins grillig verdeeld in de tijd. Opvallend is ook dat singulariteiten soms tientallen jaren bestaan om daarna geheel te verdwijnen of in een andere periode van het jaar opduiken.

Sommige singulariteiten zijn verklaarbaar en hebben bijvoorbeeld te maken met verschillen in temperatuur tussen zeewater en vasteland. In andere gevallen is zijn kalender gebonden weersverschijnselen minder goed verklaarbaar.|

De kerstdepressie is één van de hardnekkigste en opvallendste singulariteiten die niet van wijken weet. De oorzaak van het kerstdooiweer moet volgens sommige onderzoekers hoger in de atmosfeer worden gezocht, de laag boven ongeveer 10 kilometer hoogte ook wel bekend als stratosfeer en de ozonlaag. Een depressie in de stratosfeer boven Alaska zou zich geleidelijk naar de lagere delen van de atmosfeer uitbreiden en uiteindelijk boven West-Europa leiden tot de kerstdepressie en het bijbehorende dooiweer. De theorie is echter nog niet bewezen en de toekomst zal moeten leren of dit werkelijk het mechanisme is achter de kerstdepressie.