De hoge temperaturen werden in de bergen gemeten tijdens storm. Ze hingen samen met een sterke föhn uit west tot zuidwest. Langs de oostkust zijn windsnelheden gemeten van 169 km/h; buitengaats tot 216 km/h. Bij een föhn wordt de lucht, die tegen de berg wordt aangeblazen, bergafwaarts relatief snel warmer en droger. Dat leidt tot hoge temperaturen en een vochtigheid van soms minder dan 15 %. Temperaturen tegen de 20 graden midden in de IJslandwinter zijn natuurlijk bijzonder, zeker als we dat afzetten tegen het IJslandrecord  in de zomer (30,5 op 22 juni 1939 in Teigarhorn). Toch is de winter op IJsland, zeker aan de kust niet koud. In de laaglanden zijn de winters onder invloed van de warme Golfstroom (bij Reijkjavik zo'n 5 graden) juist zacht. IJs ontstaat er niet maar kan soms wel vanaf het noorden komen drijven. Vestmannaeyar in het zuiden noteert gemiddeld over december, januari en februari 1,6 graden. Dat is weinig kouder dan de 2,6 graden die De Bilt als wintertemperatuur noteert. Reijkjavik heeft een wintergemiddelde van -0,1 graden; Akureyri in het noorden -1.9 graden. Het kan daar echter in maart nog 23 graden vriezen. In het binnenland, dat lijkt op de maan zijn temperaturen van -35 graden gemeten Hier komen ijsvelden voor: in zuidoost-IJsland ligt de Vatnajökull, de grootste gletsjer van Europa.

Sneeuw en vorst zijn in het noorden ook in de zomer mogelijk. Het weer in IJsland wordt echter meestal bepaald door diepe depressies die stormen en neerslag veroorzaken. In najaar en winter valt er maandelijks 80 tot 90 mm neerslag. De depressie bij IJsland is een karakteristiek gegeven op de weerkaart. De laatste vijftien jaar was die prominenter aanwezig dan gewoonlijk. In combinatie met het hogedrukgebied bij de Azoren resulteert dat voor West-Europa in overheersende westenwinden. De zachte winters, die wij nu beleven, hangen daarmee samen.

Met dank aan Jan Visser, weerman Radio 10 en Trouw en IJslandexpert

Bron: Jan Visser, Dagblad Trouw
Wereldklimaatinformatie (WKI) van het KNMI.
Saisons & Climat, le guide du voyageurs, Paris, 1984.
Maria Harding. Weer- en klimaatgids voor de wereldreiziger. Elmar, Rijswijk, 1998.