7 februari 2013 -
In de koudste periode van het jaar, in het bijzonder van oktober tot en met maart, onweert het gemiddeld minder vaak en op kleinere schaal dan in de zomer. In de herfst is de onweersactiviteit in de kustprovincies groter dan in het binnenland. De meeste najaarsbuien ontstaan wanneer koude poollucht over het dan nog relatief warme zeewater wordt aangevoerd. Landinwaarts nemen deze buien boven het koudere aardoppervlak sterk in intensiteit af.
In de nacht van 4 op 5 februari trok een actieve buienlijn met sneeuw en hagel die vooral in Nederland en België vergezeld ging van onweeer, zware windstoten en valwinden (Bron: KNMI)
Vooral wanneer het zeewater relatief warm is en herhaaldelijk koude poollucht naar ons land wordt gevoerd kan het vaak tot onweer komen. Normaal onweert het langs onze kust zowel in oktober als in november op twee tot vier dagen, maar in sommige jaren kan het aantal onweersdagen daar in die maanden drie keer zo groot zijn. In het binnenland onweert het gemiddeld in oktober en november op een of twee dagen.
In december is de temperatuur van het zeewater zover gedaald dat de zee nog maar weinig invloed heeft op de buien. De verschillen tussen de kust en het binnenland worden dan minder groot en de kans op onweer is ook kleiner. In december, januari, februari en maart bedraagt het aantal onweersdagen zowel aan de kust als in het binnenland gemiddeld over dertig jaar ongeveer één dag in de maand. Verscheidene wintermaanden gaan dus geheel zonder onweer voorbij.
Winterse buien met sneeuw en hagel kunnen lokaal aanleiding geven tot gladheid en gaan soms vergezeld van onweer en blikseminslagen (foto: Jannes Wiersema)
In de winter is het aantal ontladingen in een onweerswolk en daarmee ook het totale aantal blikseminslagen veel kleiner dan in de zomer. De kans dat een enkele ontlading inslaat is echter relatief iets groter dan in de zomer. In de koude periode van het jaar vinden de ontladingen op geringere hoogte in de buienwolk plaats, waardoor ze eerder kunnen inslaan. Bovendien is de stroomsterkte van een ontlading in een winterse onweersbui groter dan bij een zomers onweer.
Een ander verschil is het moment van de dag waarop de onweersbuien voorkomen. De buien kunnen op elk moment van de dag plaatsvinden, maar in de zomer ontladen de meeste onweersbuien zich aan het eind van de middag of in de avond, terwijl de winterse onweersbuien een lichte voorkeur hebben voor de nanacht en de ochtend.
Eerste uitgave:
22-05-01
Laatste wijziging:
07-02-13