 |
 |
 |
 |
Nader Verklaard
Zacht winterweer
12 januari 2012 -
De eerste helft van de meteorologische winter heeft vrijwel geen vorst opgeleverd. In De Bilt kwam de temperatuur alleen op 19 december eventjes, in elk geval minder dan een uur, een tiende graad onder nul. December was gemiddeld bijna vier graden te warm en de eerste tien dagen van januari was de gemiddelde temperatuur in De Bilt 7,9 graden tegen 2,8 graden normaal.
De meteorologische winter van 2011/2012 heeft in De Bilt nog geen uur vorst opgeleverd (foto: Jannes Wiersema)
Daarmee staan de eerste tien dagen van het jaar op de vierde plaats van de zachtste decades na 2005, 1921 en 2007.
De eerste decade van 2007 was met 8,8 graden de zachtste. De hele winter van 2007 met de maanden december, januari en februari was zelfs de zachtste in zeker drie eeuwen. De eerste reguliere temperatuurmetingen zijn in ons land in 1705 begonnen. Met uitzondering van de laatste drie jaren (2009 met 2,2 graden, 2010 met 1,1 graden en 2011 met 2,3 graden) waren veel winters van de laatste decennia zacht. Naast de wereldwijde opwarming komt dit ook door een toename van het aantal dagen met wind uit een zachte zuidwestelijke richting. De temperatuur hangt in ons land sterk samen met de windrichting. Een westenwind van over zee staat in de winter garant voor zacht weer.
De top tien van de zachtste winters sinds 1901 wordt dus aangevoerd door de winter van 2007 met gemiddeld 6,5 graden tegen 3,4 graden als langjarig gemiddelde over 1981-2010. Daarna volgen 1990 (6,0 graden), 1989 (5,6 graden), 1975 (5,5 graden), 1998 (5,4 graden) en 1995 (5,3 graden). Negen van de tien zachtste winters dateren uit de laatste dertig jaar en in de top tien staan drie winters uit deze eeuw. De zachtste wintermaanden waren december 1974 (7,3 graden), januari 2007 (7,1 graden) en februari 1990 (7,6 graden).
De twintigste eeuw telde zeven zeer zachte winters met een gemiddelde temperatuur van 5,0 graden of hoger. In de 19e eeuw was dat alleen het geval in 1834 en 1846 (5,2 graden) en in de achttiende eeuw voldoen sinds het begin van de metingen de winters van 1737 en 1796 (5,3 graden) aan dat criterium.
Het KNMI heeft indertijd wintertemperaturen uit de zeventiende eeuw afgeleid uit trekvaartgegevens. De vervoersmaatschappijen noteerden wanneer de trekvaarten tussen Amsterdam, Haarlem en Leiden door ijsvorming niet te gebruiken waren. De aantekeningen gaan over de periode 1634-1839 en overlappen deels de metingen vanaf 1706. Zo kon de temperatuurreeks tot 1634 worden gereconstrueerd. Op grond daarvan is vastgesteld dat het langjarig gemiddelde van de wintertemperatuur in de tweede helft van de zeventiende eeuw ongeveer 1,6 of 1,7 graden moet zijn geweest. In de achttiende en negentiende eeuw was dat 1,9 graden en in de 20e eeuw 2,6 graden, een graad warmer dus dan in de 17e eeuw. Over de laatste dertig jaar bedraagt de gemiddelde wintertemperatuur 3,4 graden.
Eerste uitgave:
04-02-02
Laatste wijziging:
12-01-12
|
 |
|
|