19 maart 2011 -
Vaak horen we berichten over El Niño (relatief warm water in de oostelijke Stille Oceaan) maar dit jaar is sprake van tegenhanger La Niña. Dat betekent dat de zeewatertemperaturen in een deel van de Stille Oceaan nabij de evenaar lager zijn dan gemiddeld. Door een sterkere passaatwind komt meer koud water uit de diepe oceaan aan de oppervlakte. In het afgelopen najaar ontwikkelde zich een ongekend sterke La Niña die inmiddels aan het afnemen is en tegen de zomer verdwenen zal zijn..
Effecten die vaak optreden bij La Nina (bron: NCEP-CPC, Washington USA)
De ernstige overstromingen die Australië en de Filippijnen begin dit jaar hebben getroffen hingen samen met dit weerfenomeen. Australië heeft door de sterke La Niña ook te maken gekregen met een verhoogde activiteit van tropische cyclonen.
La Niña duurt dit jaar langer dan anders. Meestal wordt het dieptepunt rond Kerstmis bereikt, maar de afgelopen maanden zijn in de Stille Oceaan langs de evenaar ook lage temperaturen gemeten. La Niña was in januari ongeveer net zo sterk als in september en oktober. In februari was La Niña al een stuk zwakker dan de maand ervoor en sindsdien is het fenomeen verder in sterkte afgenomen.
Een La Niña (en dat geldt ook voor een El Niño) biedt de mogelijkheid voor seizoensvoorspellingen zoals voor de komende lente. La Niña leidt in het voorjaar vaak tot kouder weer in het noorden van Zuid-Amerika terwijl Mexico een warmere lente mag verwachten. In de tropische en noordelijke Atlantische Oceaan met uitzondering van de grote Antillen wordt het voorjaar warmer dan normaal. Op de Filippijnen veroorzaakt La Niña vrijwel altijd meer regen dan normaal in de droge tijd die daar inmiddels is begonnen. Het noordoosen van Brazilië heeft meer kans op natter weer dan normaal.
In Nederland is het na een La Niña gemiddeld over 150 jaar een fractie droger in het voorjaar. Dit effect is echter heel gering, zeker in verhouding tot de veel grotere natuurlijke grilligheid van het weer. De kans op een nat voorjaar is ongeveer 20 procent in plaats van 33 procent. Een betrouwbare voorspelling is daar voor Nederland dan ook niet op te baseren, het kan alle kanten op komend voorjaar.
El Niño’s en La Niña’s variëren in sterkte. Zo was er in 1997/1998 een ongewoon sterke El Niño, met temperatuurafwijkingen tot 6 graden boven normaal. Deze werd zoals gewoonlijk gevolgd door een afkoeling in 1998-2000. In 2003 en 2007 waren er veel zwakkere El Niño's. Nu is de schommeling weer doorgeslagen naar een koudere La Niña, maar in Nederland zullen we er weinig van merken. De invloed van deze fenomenen op ons weer is heel klein, maar wereldwijd zijn de gevolgen wel merkbaar. Schommelingen in de wereldgemiddelde temperatuur die samenhangen met El Niño’s en La Niña’s zijn heel gewoon en horen bij de grillen van weer en klimaat. Zulke onregelmatige schommelingen doen niets af aan de geleidelijke wereldwijde opwarming.
Eerste uitgave:
26-03-02
Laatste wijziging:
19-03-11