De commissie kwam tot de conclusie dat aardbevingen onder bepaalde omstandigheden het gevolg zijn van gaswinning. Voor bevingen in het gebied van gasveld Eleveld bij Assen is het verband met gaswinning aangetoond. Het aantal aardbevingen en de sterkte daarvan zijn in het noorden van Nederland niet verontrustend. De kans dat bij dergelijke bevingen, waarvan de maximaal mogelijke sterkte wordt berekend op Magnitude 3,3 op de schaal van Richter, schade aan bouwwerken ontstaat is gering. Alleen in het ongunstigste geval bestaat er bij de statistisch sterkst mogelijke aardbeving slechts een kleine kans op lichte schade aan bouwwerken in een beperkt gebied rond het epicentrum.

De aardbevingen in het noorden onderscheiden zich van aardbevingen in andere delen van ons land door de kleinere magnitude, geringere diepte en door het tijdsbestek waarin de aardbevingen zijn opgetreden. In het voorheen als aseismisch aangemerkte noorden van ons land werd de eerste aardbeving in 1986 waargenomen, terwijl natuurlijke bevingen langs de breuklijnen in Limburg en Brabant al sinds het begin van de jaartelling bekend zijn.

Aardbevingen zijn het gevolg van spanningen in het aardoppervlak. Gaswinning veroorzaakt een herverdeling van de spanningen in de ondergrond, vooral in het gasreservoir en in de directe omgeving van het reservoir. Het gas bevindt zich in een poreuze gesteentelaag, zoals een zandsteenlaag. Het gasreservoir wordt afgesloten door een voor gas niet-doorlatend gesteente, bijvoorbeeld steenzout. Aardbevingen ontstaan doordat de schuifspanningen in de ondergrond een bepaalde drempelwaarde overschrijden. Uit het onderzoek is gebleken dat er globaal drie verschillende mechanismen zijn te onderscheiden waardoor bestaande breuken geactiveerd kunnen worden. Het eerste mechanisme betreft breuken aan de rand van een gasreservoir, het tweede is van toepassing op de situatie in de directe omgeving van het gasreservoir en het derde mechanisme voor verder van het gasveld gelegen breuken. De sterkte van de beving is afhankelijk van de grootte van de verschuiving ter plaatse van de aardbevingshaard. Voor de gevolgen van zijn niet alleen de sterkte en diepte van de aardbeving van belang, maar ook de lokale geologische omstandigheden, zoals dikte en aard van het sedimentpakket. Een dik en weinig geconsolideerd pakket bijvoorbeeld kan het effect van de optredende trillingen versterken door resonantie-effecten.

Voor het onderzoek naar de aardbevingen in noord-Nederland heeft het KNMI eind 1988 rond Assen een netwerk van seismometers ingericht. De seismische stations zijn continu, 24 uur per dag, via telefoonlijnen verbonden met De Bilt. Voor meting van de bodemruis op verschillende dieptes, tot meer dan 300 meter in de bodem, in een boorgat werd in Finsterwolde een seismometer in een boorgat geplaatst. De bruikbaarheid van boorgatseismometers was een van de onderdelen van studie in het onderzoek. Het experiment heeft aangetoond dat een effectieve detectie van aardbevingen met boorgatseismometers in noord-Nederland mogelijk is. Seismische observaties in boorgaten maakt een adequate seismische detectie mogelijk en technisch gezien zijn er geen beletselen voor de aanleg van een netwerk van boorgatseismometers in noord-Nederland.

De commissie komt tot de slotsom dat nader onderzoek pas tot verdergaande resultaten kan leiden wanneer subsantieel meer gegevens over het ondergrondse spanningsveld en seismische registraties voor handen zijn. Met het oog hierop komt de commissie tot de aanbeveling om voor noord-Nederland een seismisch netwerk op te zetten. Dit netwerk zal goed in staat moeten zijn de eventuele aardbevingen te detecteren, te lokaliseren en te kwantificeren.

Het eindrapport en de samenvatting "Multidisciplinair onderzoek naar de relatie tussen gaswinning en aardbevingen in Noord- Nederland" (publicatie november 1993) zijn op aanvraag verkrijgbaar bij debibliotheekvan het KNMI in De Bilt.