Op grote hoogte stroomt de lucht richting Noord- en Zuidpool en koelt gaandeweg weer af. De koeler worden lucht verliest hoogte en eenmaal op het aardoppervlak vloeit de lucht weer terug richting de evenaar. In de meteorologie wordt dit aangeduid als de Hadley cell, genoemd naar de ontdekker, de Engelsman George Hadley (1685-1768). De belangrijke otdekking werd pas zestig jaar later bekend gemaakt door weerkundige John Dalton (1776-1844).

De plek waar de lucht daalt, aan weerszijden van de evenaar, is de plaats waar hogedrukgebieden ontstaan. Hogedruk ontstaat door dalende lucht, die daarbij geleidelijk warmer en droger wordt. Door de aanwezigheid van bergruggen op aarde vormen zich verschillende cellen van hogedruk. Ook de verdeling van land en zee, de hoeveelheid zonnestraling en de draaiingsnelheid van de aarde hebben, eenvoudig verwoord, invloed op de weerkaart.

Wat er in een warmer klimaat met het Azorenhoog gebeurt is onduidelijk. Veel computermodellen laten zien dat in een warmere atmosfeer de verschillen in luchtdruk tussen het de hoge luchtdruk bij de Azoren en het lagedrukgebied, dat meestal bij IJsland ligt groter worden. Dit drukverschil wordt aangeduid als de Noord Atlantische Oscillatie (NAO). De atmosfeer is echter zo chaotisch dat de NAO ook uit van nature flink kan variëren om jaren achtereen een hogere of lagere waarde te behouden. Veranderingen hangen ook samen met zeewatertemperaturen en de uitwisseling van warmte tussen zee en de atmosfeer erboven. Ook veranderingen in de ozonlaag waardoor de straling anders wordt, de afname van zeeijs of in El Niño (warm oceaanwater bij de evenaar) hebben effect, maar hoe is speculatie. Onderzoekers proberen hier duidelijkheid in te krijgen.

Met dank aan Wilco Hazeleger, oceanografisch onderzoeker