Bij het begin van het vorige millennium, in het jaar 1001, was de kalenderrekening nog algemeen bekend. Voor sommigen was Christus 22 jaar eerder geboren en zij vierden de overgang in 979, anderen hielden het op het jaar 1033. De onheilvoorspellers sloegen over de hele periode toe en niet alleen in het jaar 1000. Magisch toen was alleen de zware aardbeving op 29 maart, toevallig Goede Vrijdag. Anders was dat in 900, berucht om storm en overstromingen. Vallende sterren zorgden voor onrust: men zag ze als voorboden. Op 11 november 1099 werd Engeland getroffen door een stormvloed. West-Europa huiverde onder strenge kou en honger. In december 1300 waren er grote overstromingen van de Maas. Toen besefte men al dat bos kappen nadelig was voor de waterhuishouding.

De winter van 1400 was koud: in de loop van januari stagneerden de tolopbrengsten in Zaltbommel, omdat de scheepvaart was gestremd door ijs. Honderd jaar later was dat ook zo: de vorst rond de jaarwisseling was toen voorafgegaan door de zwaarste stormen in zeventig jaar. Ook de winter van 1600 was koud met sneeuwstormen; rond de wisseling dooide het tijdelijk. In 1700 gingen de Lage Landen met zeer milde temperaturen het nieuwe jaar in. Heel anders was dat een eeuw later. Eerst een witte Kerst gevolgd door de ergste kou in tientalen jaren: op 30 december 1799 vroor het in Utrecht de hele dag 12 tot 20 graden. De koudegolf hield ook in januari aan.

Het jaar 1900 gingen we in met weinig opvallend weer. Oudjaar was zacht met temperaturen tot 10 graden. Veel spectaculairder was het toen de 20 e eeuw echt begon. Op oudejaarsdag 1900 plenste het: De Bilt kreeg 30 mm, Maastricht 40. De regen markeerde een vorstinval: de temperatuur daalde overdag van 6 graden 's ochtends tot -7 graden op Nieuwjaarsdag. De kou duurde tot ver in februari en zo begon de 20 e eeuw met een strenge winter.

Bronnen:Databestanden Klimatologische Dienstverlening KNMI. Maandoverzichten en Jaarboeken KNMI; Jan Buisman. Bar en boos, zeven eeuwen winterweer in de Lage Landen. Bosch & Keuning NV, Baarn, 1984; Jan Buisman. Duizend jaar weer, wind en water in de Lage Landen. Uitgeverij van Wijnen, Franeker, 1995-1998, delen I-III.