Waargenomen gemiddeld aantal zomerse dagen (maximum temperatuur >= 25 graden) per jaar voor 1971-2000, en voor vier plaatsen in Nederland de klimaatscenario's voor 2050. De verschillen in het aantal zomerse dagen tussen de vier plaatsen worden veroorzaakt door verschillen in het huidige klimaat.
Seizoensverwachtingen zijn kansverwachtingen die een uitspraak doen over het gemiddelde weer over een aantal maanden. Het (computer)model voor seizoenen is vergelijkbaar met dat voor verwachtingen tot vijf á tien dagen vooruit. Alleen de rol van de oceaan is belangrijker. Het model berekent daarom niet alleen de verwachte stromingen in de atmosfeer, maar ook oceaanstromingen. De wisselwerking tussen oceaan en atmosfeer is groot: zo beïnvloedt wind de zeewatertemperatuur en beïnvloedt de temperatuur van het zeewater op zijn beurt de lucht boven zee. Voor de berekeningen wordt de zogenaamde ensemblemethode toegepast.

Zo worden bijvoorbeeld in april een groot aantal berekeningen uitgevoerd voor de periode tot eind oktober. Vervolgens worden ook in mei dagelijks nieuwe berekeningen gemaakt tot een half jaar vooruit. Zo zijn er steeds nieuwe uitkomsten voor de komende periode op basis waarvan de seizoensvoorspelling wordt geactualiseerd. De computer berekent elke dag de uitkomsten voor 200 dagen vooruit.

Als bijvoorbeeld 30 van de 40 oplossingen die worden berekend een warme zomer als uitkomst hebben en er maar 10 zijn met een "koude oplossing" dan is de kans op een warme zomer iets groter. Wijzen alle oplossingen op een koelere zomer dan is dat het meest waarschijnlijke vooruitzicht. Zekerheid bieden de prognoses niet en uiteraard zijn maand- en seizoensverwachtingen minder betrouwbaar dan de verwachtingen voor de kortere termijn. De voorspellende waarde hangt sterk af van de plaats waarvoor de verwachting geldt en de wisselvalligheid van het weer. In de tropen en in Noord- en Zuid-Amerika zijn de resultaten een stuk beter dan in Europa en Azië.

Voor Nederland zijn de seizoensvoorspellingen nog niet goed bruikbaar, al wordt dankzij onderzoek wel vooruitgang geboekt in de betrouwbaarheid. Verwachtingen tot maanden vooruit met details over koude- of hittegolven zijn voor ons land vandaag de dag nog niet meer dan koffiedik kijken. Het KNMI maakt dan ook voor Nederland geen seizoensverwachtingen. Door de opwarming van het klimaat is de kans op strenge winters of koele zomers wel kleiner geworden al blijft in ons grillige klimaat een koude winter of koele zomer gewoon tot de mogelijkheden behoren, ook in de toekomst . "Warmer dan normaal" is dus de meest voor de hand liggende seizoensverwachting, maar ook dat zegt nog niet of het een mooi seizoen met veel zon wordt of een regenachtige tijd.