KNMI Neerslagstations in Nederland
Iedere ochtend om even voor negen uur ('s zomers een uur later) tappen zo'n 325 vrijwilligers handmatig de regenmeter af en meten zij zonodig de hoogte van de sneeuw met een liniaal. Bovendien melden ze of hagel is waargenomen. Tot halverwege de jaren negentig van de 20e eeuw vulden de waarnemers een neerslagkaart in die ze om de tien dagen naar De Bilt stuurden. Tegenwoordig worden de gegevens rechtstreeks naar de computer verzonden.

De neerslaggegevens zijn daardoor actueel beschikbaar voor geïnteresseerden, wat met name nuttig is bij grote hoeveelheden in korte tijd. Zodoende kunnen bij (dreigende) wateroverlast de zwaarst getroffen of kwetsbare gebieden snel in kaart worden gebracht en kan de overheid adequaat reageren met hulpverlening of beslissingen over schaderegelingen. Zonder de vrijwillige regenwaarnemers zou de neerslagkaart verre van volledig zijn. Klimaatveranderingen kunnen dan niet goed worden onderzocht.

De verdeling van de neerslag in het land wordt tegenwoordig ook aan de hand van radarbeelden in kaart gebracht. De neerslagradar houdt doorlopend in de gaten waar de neerslagintensiteit het grootst is en kan aan de hand van een serie beelden inschatten hoeveel in een bepaalde tijd op verschillende plaatsen is gevallen. De radarsombeelden van de neerslag zijn uiteraard niet zo nauwkeurig dan de handmatige metingen. Ze vormen wel een prima aanvulling op het meetnet, vooral voor buien die tussen de mazen van het net doorglippen. Ook worden ze gebruikt voor het bepalen van de klimatologische kans op extreme neerslaghoeveelheden.