Nader Verklaard
Lente in de natuur en klimaat
28 januari 2011 -
De zachte winters van de laatste jaren hebben hun uitwerking op het groeiseizoen. De bladontplooiing of bloei van bomen en planten in het voorjaar is sinds 1988 aanmerkelijk vervroegd. Uit onderzoek in ons land blijkt dat bijvoorbeeld dat de paardebloem in de jaren negentig gemiddeld rond 15 maart tot bloei kwam. Dat is een maand eerder dan in het tijdvak 1975-1988. Klein Hoefblad (bloei tegenwoordig rond 26 februari) en speenkruid (bloei nu rond 2 maart) kwamen gemiddeld bijna vier weken eerder in bloei.
Duitse onderzoekers, die gebruik maken van een netwerk van tuinen in verschillende Europese landen komen tot vergelijkbare resultaten. Deze tuinen, waarvan er een te vinden is bij de Wageningen Universiteit, zijn speciaal ingericht voor onderzoek van de invloed van klimaatveranderingen op bomen en planten.
In de jaren 1943-1968 werden dergelijke waarnemingen verricht door het KNMI in De Bilt. Daarvoor was een beroep gedaan op tal van vrijwilligers. Uit dat onderzoek bleek dat de hoeveelheid warmte vanaf 1 februari, de warmtesom, maatgevend is voor het moment van het tot bloei komen en ontplooiing van het blad. Op basis hiervan konden indertijd ook voorspellingen worden gedaan. De winters zijn nu echter zó zacht, dat de ontwikkelingen in de natuur vanaf 1988 vaak al in januari beginnen. De warmtesom zou tegenwoordig beter vanaf 1 januari bepaald kunnen worden. De behoefte aan warmte verschilt sterk: hazelaars hebben soms begin januari al voldoende warmte gehad om tot bloei te komen, terwijl acacia's pas in juni zover zijn.
Eerder in de 20e eeuw zijn in de omgeving van Wageningen waarnemingen gedaan door de Nederlandse Phaenologische Vereniging. Uit gegevens van die periode blijkt dat de bloeitijd varieert met de temperatuur. In de jaren vijftig en begin zestig was sprake van een steeds vroeger beginnend bloeiseizoen, daarna begon het seizoen weer later. In 1988, 1989 en 1990, toen de winters extreem zacht waren, stond alles veel eerder in bloei. Sindsdien lagen de data steeds heel vroeg met uitzondering van 1996, toen de winter en ook de maand maart koud was. Vroege bloei kan leiden tot meer nachtvorstschade en kan ook de gevoelige periode voor hooikoortspatiënten verlengen.
Bomen, struiken en kruiden illustreren vervroeging van de lente na 1987
Begin bladontplooiing of bloei
Van boom en plant | Gemiddelde datum
1975-1988 | Gemiddelde datum
1988-2002 | Verschil in dagen |
| | | |
| Oude beuken KNMI-park | 1 mei | 22 april | 9 dagen |
| Eiken KNMI-park | 3 mei | 24 april | 9 dagen |
| Vroegste kastanje KNMI-park* | 7 april | 19 maart | 19 dagen |
| Idem (begin bloei)* | 4 mei | 15 april | 19 dagen |
| Appel | 7 mei | 23 april | 14 dagen |
| Peer | | 11 april | 11 dagen |
| Prunus serrulata (Oosterse Kers) | 25 april | 17 april | 8 dagen |
| Magnolia ("Tulpenboom") | 18 april | 3 april | 15 dagen |
| Hamamelis | 14 januari | 4 januari | 10 dagen |
| Forsythia | 25 maart | 5 maart | 20 dagen |
| Cornus mas (Gele Kornoelje) | 1 maart | 10 februari | 19 dagen |
| Hazelaar (begin stuiven) | 7 februari | 19 januari | 19 dagen |
| Zwarte Els (begin stuiven) | 2 maart | 13 februari | 17 dagen |
| Crocussen KNMI-park | 7 maart | 19 februari | 14 dagen |
| Gele Trompetnarcis (Dutch Master) | 30 maart | 11 maart | 19 dagen |
| Speenkruid | 29 maart | 2 maart | 27 dagen |
| Fluitenkruid | 25 april | 8 april | 17 dagen |
| Klein Hoefblad | 24 maart | 26 februari | 26 dagen |
| Paardebloem | 15 april | 13 maart | 33 dagen |
* Gekapt in 2000
Bron: Baltus Zwart. Wat doet de natuur als het klimaat verandert. Meteorologica, maart 2000.
Literatuur:
J.P.M. Woudenberg. Geschiedenis van de Landbouwmeteorologie in Nederland tot 1972. Technisch rapport KNMI, TR 116, De Bilt 1989.
Overeem, Aart en Arnold J.H. van Vliet en Rudolf de Groot (Wageningen Universiteit). Vervroeging van het hooikoortsseizoen in een warmer klimaat? Meteorologica 1-2003.
Eerste uitgave:
09-03-04
Laatste wijziging:
28-01-11