De zon schijnt 's zomers zo'n 300 tot 380 uur in de maand, veel meer dan in ons land waar een gemiddelde zomermaand iets onder de 200 zonuren blijft. Bij stabiel en heet zomerweer hebben de grote Italiaanse steden vaak last van smogvorming.

Vooral wanneer de sirocco waait, een bloedhete en droge Sahara-wind, kan het warm worden met in het zuiden temperaturen boven de 40 graden. Het Siciliaanse Catania noteerde op 2 juli 1998 het record van 45,3 graden. In augustus 1957 kwam de temperatuur in het zuiden van Italië tot bijna 47 graden. Het absolute record voor Italië is 48,3 graden op 20 augustus 1999 op Sicilië. Dat is ook de hoogste temperttuur ooit op het vasteland van Europa gemeten.

Meer naar het noorden van Italië wordt de 40 graden meestal niet bereikt en in Venetië staat het eeuwrecord op ruim 34 graden. Opmerkelijk zijn de warme nachten vooral aan zee dankzij de watertemperaturen rond 25 graden. Plaatsen als San Remo, Genua en Allassio profiteren daarvan en de nachttemperaturen liggen daar 's zomers gemiddeld tussen 20 en 22 graden. Bij ons zijn dat normale zomertemperaturen voor de middag. Op Sicilië komt de temperatuur 's nachts soms amper onder 30 graden.

In het uiterste zuiden zijn de zomers zeer droog, maar elders in Italië zorgen onweersbuien voor soms goed gevulde regenmeters. Zo valt er in Milaan in de drie zomermaanden gemiddeld ruim 200 mm. De natste plaatsen vinden we aan de zuidkant van de Alpen, waar het vooral flink regent als warme vochtige lucht uit de Middellandse Zee tegen de hellingen opstuwt.

Zo'n situatie doet zich voor als er in de Golf van Genua een lagedrukgebied ligt, dat het weer in Noord-Italië een aantal dagen achtereen flink kan verstoren. Plaatselijk kan er binnen enkele uren een paar honderd millimeter vallen, wat leidt tot modderstromen, overstromingen en wegversperringen. De zwaarste buien vallen in de zomer en vooral in het najaar onder invloed van het warme zeewater.

Onweersbuien kunnen er bijzonder hevig zijn, vaak zwaarder dan in ons land, met kans op schadelijke hagelstenen, zware windstoten en soms ook windhozen. Meteorologen zien de weersverslechtering vaak al enkele dagen tevoren aankomen en kunnen daags tevoren aangeven hoe erg het kan worden.