11 februari 2011 -
De aarde wordt van nature op temperatuur gehouden door het broeikaseffect. Dat hebben we vooral te danken aan de aanwezigheid van waterdamp en koolzuur in de atmosfeer. De warmte die de aarde van de zon ontvangt wordt vooral door deze gassen vastgehouden. Als dit natuurlijke broeikaseffect niet zou bestaan dan zou het gemiddeld over de wereld veel kouder zijn dan de huidige wereldgemiddelde temperatuur van ongeveer 15 graden.
Wereldgemiddelde energiehuishouding van het aardse klimaatsysteem. De energiestromen zijn uitgedrukt in W/m2
De mens is echter op grote schaal bezig om de samenstelling van de atmosfeer te veranderen, onder andere door verbranding, ontbossing en verkeer. Daardoor komen er meer gassen, waaronder koolzuur in de atmosfeer. Dat versterkt het broeikaseffect en leidt op den duur tot een warmer klimaat. Ook de hoeveelheden neerslag, wind en bewolking kunnen dan veranderen.
Wereldwijd wordt het langzaam warmer. Aan het begin van de 20e eeuw steeg de wereldgemiddelde temperatuur met ongeveer een halve graad. Deze stijging wordt vooral toegeschreven aan natuurlijke oorzaken, zoals een toevallige afname van het aantal vulkaanuitbarstingen.
De laatste decennia is de temperatuur sterker gestegen. Sinds 1975 warmt de aarde gemiddeld ongeveer 0,17 graden op per tien jaar. Dit is grotendeels het gevolg van de toename van broeikasgassen in de atmosfeer. Deze trend wil niet zeggen dat de wereldgemiddelde temperatuur elk jaar iets hoger is dan het vorige jaar. Het ene jaar is het wat warmer dan de trendlijn, het andere juist wat kouder. De twee à drie jaar na grote vulkaanuitbarstingen in de tropen is het wereldgemiddeld rond de 0,2 graden kouder, zoals in 1992 en 1993 na de uitbarsting van de Pinatubo op de Filippijnen. Het tijdvak 2001-2010 was met een wereldgemiddelde temperatuur van 0,46 graden boven het langjarig gemiddelde van 1961-1990 de warmste tienjarige periode sinds het begin van de metingen in 1854.
De concentraties van de broeikasgassen kooldioxide en methaan in de atmosfeer zijn op dit moment de hoogste in minstens 650.000 jaar. Dat blijkt uit de analyse van ijsboringen. De toename van deze concentraties sinds 1750 is voornamelijk het gevolg van menselijke emissies via de verbranding van fossiele brandstoffen, landbouw en veeteelt en veranderingen in landgebruik. De voortdurende stijging van de concentratie van kooldioxide in de atmosfeer was de afgelopen 10 jaar sneller dan ooit. De hogere concentraties van broeikasgassen houden de warmte langer vast in de atmosfeer, waardoor het klimaat opwarmt.
Eerste uitgave:
08-07-03
Laatste wijziging:
11-02-11